Familiedrama

Er zit een koppel tachtigers op het terras. Zij was ooit mijn lerares Nederlands en Engels. Een vrouw die literatuur en cultuur ademde, en die onvermoeibaar haar liefde voor de letteren op ons probeerde over te brengen. Haar echtgenoot was iets in een grote overheidsinstelling. Bij de post, de elektriciteitsmaatschappij of het spoorwegbedrijf. Een belangrijk man, die regelmatig door de krant of de tv werd geïnterviewd. Ik herinner me dat het in het nieuws kwam toen hij aankondigde dat hij met pensioen ging om voor zijn zieke vrouw te zorgen. Nu zitten ze hier, op hetzelfde terras als ik. Ze vallen op, want hij praat in rijmvorm, en nogal luid. Ik hoor hem tegen haar zeggen: Ach lieve schat,

Het jaar van de Vlerk

In het jaar van de Vlerk gingen er drie mensen dood die ik kende. Ik vond dat zo veel dat ik geruime tijd van de kaart was. Volgens de statistieken moeten er in dezelfde periode wereldwijd vijftig miljoen anderen ook het loodje gelegd hebben. Kan je nagaan hoeveel doden er in de voorbije honderdduizend jaar onder de grond geschoffeld zijn. Van geen van hen heb ik ooit ook maar een minuut wakker gelegen. Ik vond een foto terug waar we met zijn zessen op staan: Knutson Deville, De Vlerk, Paalman, Brecht Van Brabant, Christiaan van de Erato, en ik. De eerste drie stierven binnen een bestek van twaalf maanden. Christiaan van de Erato verloor ik uit het oog, samen met zijn vrouw Christien van de

Archief

© 2018-2020 Udo Meiresonne