Jerry

Pas toen we er al woonden kwamen we erachter dat er een kat bij het huis hoorde. Wekenlang probeerde ik het beest te verjagen door er allerlei oneetbare dingen naar te gooien. Op een avond kwam ik thuis en betrapte ik Merel in bed. Ze stelde me voor aan Jerry. Ik vond dat grappig. Terwijl ik eigenlijk boos moest zijn, omdat ze achter mijn rug die kat terug in huis gehaald had. Die avond kregen we ruzie omdat ik zei dat Jerry een muis is en Tom een kat. Ik had gelijk, maar Merel won. De kat bleef. En de kat bleef Jerry heten. Ik gooide er nog altijd oneetbare dingen naar, maar nu alleen nog in het geniep. Toen Merel me verliet, bleef de kat bij mij wonen. Omdat Jerry niet het slachtoffer moch

Vogeltje

Er was eens een kleurrijk vogeltje. Het zat hier op de schutting, wipte wat heen en weer, en op en neer, vloog weg en kwam weer terug. Meestal na een minuutje al. Ik raakte gewend aan dat vrolijke, bont gekleurde vogeltje in mijn tuin. Op een dag kwam het vogeltje binnen door het openstaande keukenraam. Het zat op mijn tafel, at uit mijn hand en floot voor mij korte schalkse wijsjes. Ik bood het mijn vinger als zitplek en het nam mijn arm. Ik legde mijn hand op mijn schouder en het wipte op mijn schouder. Een hele dag liep ik rond met het vrolijke vogeltje zingend naast mijn oor. Puur geluk. Tegen valavond spreidde het de vleugeltjes en fladderde naar de vensterbank. Het zong nog één opgewek

Archief

© 2018-2020 Udo Meiresonne