© 2018-2019 Udo Meiresonne

klik op een titel om het hele artikel te lezen

Andere teksten

© Udo Meiresonne

TIPS & TRICKS VOOR DE VERKIEZINGEN

verschenen in GEVIEZEERD, de goed-nieuws-krant voor de Brugse Poort

april 2018

 

Goed nieuws! 2018 is een verkiezingsjaar. Dit jaar mag u terug naar de stembus. Of beter gezegd: u moet. Misschien. Anyhow, Geviezeerd gaat u wegwijs maken in de onbekende wereld van ...

Ho, ho, niet meteen gaan steigeren. We horen de protestgeluiden tot hier, en geloof ons, we zitten veilig ver weg. Uw rotte tomaten kunnen ons niet raken. “Wat is het nu eigenlijk?”, horen wij, “mogen of moeten?”. En “hoezo goed nieuws?”. En “vanwaar die misschien?”. Maar wees toch kalm. Er is geen reden om u zo op te winden. Wacht, wij komen naar beneden. Adem rustig in. En uit. En in. En uit. Gaat het al wat beter? Maak u geen zorgen. We gaan u veilig door het woud leiden. Daar zijn we tenslotte voor, dat is onze reden van bestaan. Wij zijn uw gids, uw persoonlijke goede herder. Dit wordt een opiniestuk op uw maat. Vergeet niet dat wij geen reguliere krant zijn.

We zijn er ons van bewust dat we een beetje een valse start gemaakt hebben. Dat willen we hier eerst en vooral rechtzetten. Er zijn dit jaar dus verkiezingen, voor de gemeenteraad en voor de provincieraad. Wij vinden dat goed nieuws. Waarom? Wel, om te beginnen omdat iedereen mag meedoen. Dat is de max, vinden wij. Meer zelfs: iedereen mag stemmen én iedereen mag zich kandidaat stellen. Whoop whoop! Toch?

Nu ja, er zijn uitzonderingen. Vandaar die “misschien” aan het begin. Voor de provincieraad bijvoorbeeld, moet u de Belgische nationaliteit hebben, als kandidaat én als kiezer. Maar wie maalt daar om? Het is maar voor de provincieraad. Geen kat die weet wat die provincieraad doet en geen politicus of politica met ambitie die daarin wil zetelen. De provincieraad is een beetje het provinciaal voetbal van de politiek: te goed voor een sympathiek caféploegske en te licht voor het echte werk. Niets om van wakker te liggen, die provinciale verkiezingen. Het is niet daar dat de prijzen gedeeld worden. De stembrieven voor de provincieraad moet u een beetje zien als een proefexamen. Of als kladpapier. Daarop kan u alvast wat oefenen: zien of het potlood wel schrijft en bolletjes zetten bij namen die u niet kent omdat niemand ze kent.

Veel en veel belangrijker zijn de gemeenteraadsverkiezingen, of om het maar eens te zeggen waar het op staat: de verkiezing van uw burgemeester. Nu wordt het wél interessant, want hier liggen de kaarten helemaal anders. Om aan de gemeenteraadsverkiezingen te mogen meedoen moet u staatsburger zijn van om het even welk land in de Europese Unie en wonen in de stad of gemeente waar u aan de verkiezingen wil deelnemen. Niet meer dan dat. Ja, OK, u moet er wel officieel wonen natuurlijk, ingeschreven zijn in het bevolkingsregister en zo. Een kot hebben hier in Gent, maar nog bij je ouders gedomicilieerd zijn ginderachter in Kortemark-Zarren, dat telt niet. Maar heeft u bijvoorbeeld een Peruaanse moeder en een Tsjechische vader, en bent u zelf geboren in Kenia, en beschikt u bijgevolg over een driedubbele nationaliteit - maar niet de Belgische - én u woont in Drongen-Baarle: Bingo! Misschien wordt u wel de nieuwe Gentse burgervader of -moeder. Dat zou toch geweldig zijn! Stel u kandidaat en u heeft onze stem, ik zweer het u!

Ja meneer? U had een vraag? Dat er betere kandidaten zijn dan die Peruaans-Tsjechische Keniaan? Meneer, die mens met die drie nationaliteiten, die bestaat niet hé, dat was maar een voorbeeld. Nee, ik ga niet stemmen op fictieve personen. Maar als er zo iemand op de lijsten zou staan? Ik zou het wel overwegen, ja. Sorry, maar ik wéét toch niet op wélke lijst die zou staan? Vraag het haar zelf! Kunnen we verder doen alstublieft? Straks geraakt dat artikel hier niet op tijd klaar en kan ik fluiten naar mijn centen. Waar waren we? Juist, ja. Stel u kandidaat en wij stemmen op u ...

Maar juich niet te vroeg, we zijn er nog niet. Als u in de politiek succesvol wil wezen, dan zal u zich eerst en vooral bij een politieke partij moeten aansluiten. Of er zelf een oprichten. Want: politiek is een ploegsport. De partijen bepalen het spel. Zij leggen strategieën vast en nemen standpunten in, de politici moeten die strategieën en standpunten alleen maar volgen. In ruil voorziet de partij in visitekaartjes, strooibriefjes, foldertjes en affiches die de politicus of politica kwistig kan uitdelen en ophangen, waardoor de kiezer weet dat hij of zij bestaat. Wilt u burgemeester worden, dan zal u dus naar de kapper moeten, en naar de fotograaf en naar de drukker. Liefst in die volgorde.

 

Trouwens, elke partij verandert om de paar jaar van naam. Dat is vrij zinloos want die naam wordt in de volksmond sowieso nooit gebruikt, omdat hij om de paar jaar verandert. Daarom benoemen we de politieke partijen doorgaans bij hun ideologische strekking. De sossen zijn de socialisten, de tsjeeven zijn de christen-democraten, de liberalen zijn de liberalen en de groenen, dat zijn die softies die hun kinderen stigmatiseren door ze in katoenen luiers te draaien en ermee te paraderen in een bakfiets. We kunnen politieke partijen ook benoemen aan de hand van hun kleur. Er is een blauwe, een rode en een oranje partij. En een groene, juist. Er zijn ook politieke partijen met twee kleuren: de nationalisten zijn geel met zwart, de ultra-nationalisten zwart met geel. Vaak ook worden partijen op een denkbeeldige schaal gezet, waarbij het midden “het centrum” wordt genoemd. Helemaal links op die schaal vinden we “uiterst links” en helemaal rechts “extreem rechts”. Elke partij zegt tegen de eigen supporters dat ze ongelofelijk fier zijn op hun gedachtegoed, dat uiterst rechts, links, of wat dan ook is. Maar met een televisiecamera in de buurt zeggen ze allemaal met een uitgestreken gezicht: “Wij zijn een centrumpartij”.

Hoor ik daar nu weeral gemor? Wat zegt u? “Als de vos de passie preekt valt de rotte appel niet ver van de boom”. Ach, gaan we zo beginnen? En u daar, ja u, die ons toesnauwt “Op elke beerput past een deksel”. We nemen aan dat u bedoelt dat de politiek door en door verdorven is? Sorry, maar daar kunnen we niet in meegaan. Ja, nee, … we weten ook wel dat er in het verleden onoorbare dingen gebeurd zijn, maar laten we alstublieft niet alle katjes over dezelfde kam geselen. En leer uw spreekwoorden goed te gebruiken, want zo komen we nergens.

Dat alle politici kontendraaiers en zakkenvullers zijn is een wijdverbreide stadslegende, niet meer dan dat. Er wordt inderdaad verteld dat ze van alles beloven en nooit iets doen. Maar dat beeld klopt niet. Sorry dat we het zo cru stellen, maar u begrijpt hen gewoon niet. En net daaraan proberen we hier iets te doen. Maar dan moet u ons niet de hele tijd onderbreken. Kunnen we nu weer verder? Kom, neem onze hand en laat ons u bijstaan om het bos van de bomen te scheiden. Nee, wij zijn niet boos, we worden hier alleen een beetje verdrietig van. En nee, het is niet ver meer, we zijn er bijna.

We begrijpen uw verwarring wel hoor. De politiek bedient zich immers vaak van een jargon dat voor de eenvoudige leek niet altijd even duidelijk is. Neem nu het woord “compromis”. Dat klinkt precies hetzelfde als “comme promis”. Alleen, het eerste betekent “wat we afgesproken hebben”, het andere “wat we beloofd hebben”. Persoonlijk kunnen wij niet geloven dat de twee bewust door elkaar gebruikt worden. Nog zo’n woord is “consensus”. Vele politici denken verkeerdelijk dat “consensus” een synoniem is voor “compromis”. Terwijl “con-sensus” gewoon betekent “met goesting”. “We hebben een consensus bereikt”, hoor je apetrotse politici wel eens verklaren. Wat ze zeggen is dan eigenlijk: “We hebben iets goedgekeurd omdat we daar zin in hadden”. Maar nu weet u dat we dat niet letterlijk mogen nemen, want ze zeggen “consensus” terwijl ze “compromis” bedoelen. Of “comme promis”. Dat kan ook.

 

De periode voor de verkiezingen is altijd iets speciaals. Wie op dat moment nog aan het besturen is – de meerderheid dus – klopt zich op de borst en roept: “Wij hebben de stad er weer helemaal bovenop geholpen!”. Zelfs als ze er een gigantische zooi van gemaakt hebben, dan nog zeggen ze dat ze aantoonbaar goed bestuurd hebben en dat ze dat ook gaan blijven doen. De oppositie zegt altijd dat het huidige bewind desastreus is en dat zij zelf de enigen zijn die de stad kunnen redden van de totale ondergang. Ze zeggen dat ook als het huidige bestuur het werkelijk prima doet, ondanks de puinhoop die ze aantroffen na de vorige legislatuur, toen de huidige oppositie het voor het zeggen had. Dit is de gouden regel: de meerderheid mag niet toegeven dat ze een keer een foutje gemaakt hebben en de oppositie mag nooit bekennen dat het huidige bestuur best wel OK is. Maar dat klinkt misschien wat negatief. Je kan ook zeggen dat elke partij het beste met u voor heeft.

Politici zijn aardige lui. Altijd vriendelijk dag zeggen en een handje geven, werkelijk goed opgevoede mensen. Ze willen gewoon allemaal eens een keertje winnen. Om dan één keer de baas te mogen zijn. Of de baas te spelen. Ja, spelen is beter. Want politiek is en blijft een spel. Een spel voor grote kinderen. Het is een leuk spel, maar je moet de ietwat complexe handleiding begrijpen. Een spel waarbij je niet in je kaarten mag laten kijken. Een beetje verwant aan Monopoly. Ook Monopoly kan je eindeloos verder blijven spelen omdat er in de loop van het spel altijd wel iemand de regels verandert. Een spel voor winnaars, maar ook voor spelers die nooit opgeven, ook al zitten ze in een schijnbaar verloren positie. Een tof spel dus.

Daarom zijn die verkiezingen ook zo opwindend. Vergelijk het met de sensatie van een nieuw partijtje Monopoly: het beslissen wie de bank mag zijn, het opnieuw schudden van de kanskaarten, het onderhandelen over wie met welke pion mag spelen, het beloven dat er deze keer echt geen ruzie gaat van komen. Wij vinden het fantastisch. Al die goede voornemens. Die honderden stralende glimlachen die binnenkort weer onze straten en pleinen gaan opfleuren. Al die positieve energie. Daar worden wij ronduit vrolijk van.

De gemeenteraadsverkiezingen vinden plaats op 14 oktober. Wij kijken er nu al reikhalzend naar uit. U toch ook?

 

HOROSCOOP

verschenen in GEVIEZEERD, de goed-nieuws-krant voor de Brugse Poort

april 2018

 

Maanden geleden hebben we de toogfilosofen, de straatkommeeren en het ander schorremorrie dat hier gewoonlijk als parasieten op onze redactie komt schuimen, gevraagd om even een horoscoop uit hun mouw te schudden. We hoopten dat ze daar enkele dagen zoet zouden mee zijn. Tot onze verrassing leken zij de opdracht serieus te nemen. Meer zelfs, binnen de kortste keren waren zij schijnbaar in alle ernst bezig het hele horoscoopgebeuren aan een grondige doorlichting te onderwerpen. Hun zogenaamde studie leidde tot de onthutsende conclusie dat er niets anders op zat dan de astrologie opnieuw uit te vinden. Het geteisem omschreef zichzelf ondertussen als ‘de experts’ of ‘het astrologenteam’. We ontvingen de boodschap dat ‘de experts’ zich niet door derden onder druk zouden laten zetten, waaruit we meenden te begrijpen dat we moesten zwijgen en geduld oefenen. Het duurde lang. Te lang, vonden wij op de redactie. De lopende rekeningen bij diverse zuipgelegenheden werden afgesloten, maar zelfs zonder gratis drank werd ons verzekerd dat het ‘onderzoek’ onverdroten verder liep.

 

Na vijf lange maanden kwam het ‘astrologenteam’ onaangekondigd weer binnen gewaaid in de gelagzaal die wij als redactielokaal gebruiken. Ze hadden het over sterrenbeelden die ons compleet onbekend waren, en waarvan we dus niet eens wisten of ze wel bestonden. Sommige redactieleden voelden zich in de zak gezet, en eisten de terugkeer van de Waterman, de Kreeft en de Steenbok. Anderen spraken van het nemen van juridische stappen, wat bij nog anderen hoongelach en boegeroep uitlokte. De gemoederen liepen zo hoog op dat de hoofdredacteur zich genoodzaakt zag een tournée générale te geven. Bij een koele blonde Crabbelaer begonnen we dan maar zonder veel verwachtingen in het dossier te bladeren. Toen we daarmee klaar waren, was het doodstil geworden op de redactie. Alle ogen waren nu gericht op de voorzitter van onze kaartclub, die tevens als hoofdredacteur fungeert. Zou hij meegaan in de kul van de ‘experts’, die poneerden dat de hele astrologie hiermee naar een hoger niveau getild werd? Na een eeuwigheid – het is altijd al een trage drinker geweest – sprak hij de gevleugelde woorden: “Allez, ‘t is goed.” Dit bezorgde ons een gezamenlijk kippenvel-momentje, dat spontaan in een groepsknuffel evolueerde. Er werden tranen geplengd, en er werd gedanst en gekust dat het een lust was. Dergelijke taferelen van verbondenheid hebben we hier niet meer meegemaakt sedert Eurosong ‘86.

 

De redactie wilde u deze kleine voorgeschiedenis over het ontstaan van onze eigen horoscoop niet onthouden. Een wereldprimeur, speciaal voor onze trouwe lezers.

 

 

GRAVEERSTIFT (januari)

(Caelum) – Graveerstift of de ‘beitel van de graveur’ is een klein en nauwelijks waarneembaar sterrenbeeld. Dat typeert u helemaal: Graveerstiften lopen niet in de kijker, om maar niet te zeggen dat ze gewoon in hun nest blijven liggen tot iemand ze eruit haalt. U bent echter onmisbaar in het grotere geheel. Wanneer men u eenmaal aan het werk gekregen heeft, dan leert men uw andere kant kennen: dan staat u op scherp. Het vermoeden leeft dat u ronduit geslepen bent. Doe iets aan die houding. Maak duidelijke afspraken met uzelf. Uw biologische klok tikt. Draai om die knop! U heeft een ijzeren gestel: wanneer u valt, dan buigt noch barst u, meer dan een krasje heeft u nog nooit opgelopen. Financieel gaat het u voor de wind, vreemd genoeg. Uw geluksnummer is dertien, zeker op vrijdag.

 

HAAS (februari)

(Lepus) – Het sterrenbeeld Lepus wordt opgejaagd door Orion en zijn twee jachthonden Canis en Canis Major. U lijkt dus wel het haasje, maar men kan u beter niet onderschatten. U bent snel en gewiekst, en u zal uw mooie huid duur verkopen, in de eerste plaats door keihard van de problemen weg te rennen. Dat klinkt weinig eervol, maar het is nu eenmaal waar u goed in bent. U handelt instinctief, maar u maakt zelden foute keuzes, in de liefde noch in de zaken. De goden zijn u gunstig gestemd. Lichamelijk bent u in topvorm, u kan nog een hele poos actief blijven, uw partner heeft niets te klagen. Hazen die geboren zijn voor 1950 zullen binnenkort wel met pensioen gestuurd worden. Iemand organiseert voor u een verrassingsfeestje. U zal oprecht verwonderd zijn.

 

VLIEGENDE VIS (maart)

(Volans) – Als echte Vliegende Vis blijft u in alle omstandigheden koelbloedig. U hebt al vele watertjes doorzwommen, maar de hogere sferen blijven u onweerstaanbaar aantrekken. Op uw omgeving komt u soms wat zweverig, of zelfs naïef over. Negeer het gevaar niet, overweeg toch maar eens om dat fluo hesje en die fietshelm aan te trekken. Reizen zit in uw bloed, dus blijf dat zeker doen. In de liefde zoekt u het niet om de hoek, maar dat is niet erg: er zwemt vis in elke wereldzee. Geef niet op! Uw drang naar avontuur is best verenigbaar met een stabiele relatie, het een sluit het ander niet uit, laat u niets wijsmaken. Uw gezondheid is opperbest, u hoeft geen nieuwe lichamelijke klachten te vrezen, maar van de kramp die geregeld in uw kuit schiet raakt u voorlopig niet af.

 

BEKER (april)

(Crater) – De Beker is de kelk van de god Apollo. U bent met andere woorden goud waard. Voor uw dierbaren bent u gul, zij zijn uw kostbaarste bezit. Maar laat u niet als een ordinair gebruiksvoorwerp behandelen, daar bent u veel te goed voor. Iemand vertelt een leugentje om bestwil, waardoor u problemen krijgt. Daarom: mijdt de Raaf (Corvus)! En Beker, hoedt u voor troebele dranken, hou het liever op iets transparant, bij voorkeur zonder alcohol. Vergeet niet op tijd een afspraak met de tandarts te maken, mits een goed onderhouden gebit zal u geen kater overhouden aan een kroes koud water. Bekers met bloedgroep B negatief raden wij aan om een bloeddonatie te overwegen, dat lijkt ons echt iets voor u. In uw liefdesleven verwachten we geen noemenswaardige gebeurtenissen, tenzij u geen voorbehoedsmiddel gebruikt.

 

RAAF (mei)

(Corvus) – De Raaf gaat zijn of haar eigen gang, en trekt zich niets aan van regels, conventies of afspraken. ‘Het doel heiligt de middelen’ is uw lijfspreuk. Ook in de toekomst zal u daardoor geregeld problemen krijgen met uw oversten of met een andere vorm van gezag, maar dat neemt u er voor lief bij. De raaf vertrouwt op zijn of haar gave om er zich uit te lullen. U bent een meesterlijk strateeg, een charmant fraudeur, een hartenbreker. In de nabije toekomst zal ook uw eigen hart om aandacht vragen, maar niet omwille van amoureuze aangelegenheden. U leeft graag en u eet goed, maar uw lichaam smeekt stilaan om meer soberheid en meer beweging. Trek eens een baantje in het Rooigembad of ga petanquen in de Groene Vallei. Als u het schoon vraagt zal uw partner misschien wel meegaan.

 

WOLF (juni)

(Lupus) – Als Wolf bent u een sociaal dier, maar het gezelschap moet overzichtelijk blijven. Zoek geen massa’s op, daar komt gegarandeerd heibel van. U heeft uw reputatie en uw temperament tegen, maar u bent goed van inborst. De Wolf is een niet gedomesticeerd wild beest, u heeft buitenlucht nodig. Als men u dat niet gunt, zal u uw tanden laten zien. De relatie met uw buren kan lichtjes verzuurd geraken, want uw seksleven is buitenmatig heftig en luidruchtig, behalve als uw partner een Beker (Crater) is. Uw huidige geldzorgen zijn helaas nog niet van de baan. Een loonsverhoging zit er voorlopig niet in, wellicht omdat u de hele tijd in de Bourgoyen zuivere lucht loopt op te snuiven. Maar daar mogen ze niets van zeggen of u wordt boos. Uw levensgezel kan u financieel ook niet helpen. Behalve als het een Beker (Crater) is.

 

PARADIJSVOGEL (juli)

(Apus) – De legendarische Paradijsvogel leeft in de tuin van Eden. Hij voedt zich met niets anders dan de morgendauw, is zo mooi dat hij een gouden, oranje en smaragden gloed uitstraalt, en zo bovenaards dat hij eigenlijk nooit naar de ondermaanse wereld hoeft af te dalen. Als u als Paradijsvogel geboren bent, dan zal u helaas tegen veel vooroordelen moeten opboksen. Op basis van uw oogverblindende schoonheid verwacht men van u op alle andere domeinen een even hoge graad van perfectie. Streef die volmaaktheid niet na, uw geluk gaat voor. U zal een relatie aangaan met een leugenaar die zegt dat het enkel uw innerlijke schoonheid is die de vonk heeft doen overslaan. Laat deze kans niet passeren, want ze komt niet weer. Twijfel niet en ga ervoor! De sterren liegen niet: deze partner lijkt misschien niet ideaal, maar het is wel de ware.

 

LIER (augustus)

(Lyra) – De Lier staat voor een uitzonderlijk talent. Over de aard van uw bijzondere gave kunnen we hier niet veel zeggen, dat begrijpt u. Probeer het genie in uzelf te vinden, ga graven in uw diepste zielsroerselen, ga op retraite, schuw het experiment niet. In de nabije toekomst zal u vooral met uw eigen bezig zijn, en dat kan wegen op de verstandhouding met uw familie. Laat u niet van de wijs brengen, zij zullen bijdraaien wanneer uw nog te ontdekken talent zijn vruchten afwerpt. Geld maakt wel degelijk gelukkig! Maar het allerbelangrijkste is het evenwicht tussen uzelf en de kosmos. Op eenvoudig verzoek sturen wij u een vrijblijvende offerte voor onze cursus ‘Ik ben mijn talent’, inclusief boek 1 en online helpdesk. Als u meteen inschrijft voor de volledige cyclus van drie semesters krijgt u er onze bestseller ‘Scheiden is bevrijden’ gratis bovenop.

 

DOLFIJN (september)

(Delphinus) – De Dolfijn is zeer geliefd, maar de mensen staan er niet bij stil dat ze u alleen maar zien wanneer u boven water komt. In uw innerlijke heerst de onzekerheid: ben ik wel goed genoeg, ben ik wel grappig, ben ik niet te dik? Concentreer u op wat u hebt: echte vrienden, een hechte familie, toffe collega’s, een behoorlijk huis en een goede brandverzekering. Uw twijfels vloeien voort uit uw tomeloze ambitie: nauwelijks heeft u leren zwemmen of u wil ook het vliegen onder de knie hebben. Dat is niet realistisch, wees mild voor uzelf. Herontdek de clownvis die daar ergens diep vanbinnen schuilt, u was toch zo’n speelvogel, vroeger? Hou uw dementerende oma eens voor de gek, of laat u onder handen nemen door een tattoo artiest met gevoel voor humor. En denk nog eens terug aan uw jeugdlief: hoe zou het daar nog mee zijn?

 

KRAANVOGEL (oktober)

(Grus) – U bent moeilijk te vatten, Kraanvogel. U gedraagt zich wat houterig, u bent zeer rechtlijnig in uw denken en u kleedt zich eerder klassiek. Maar als uw hormonen het overnemen, is er met u geen land te bezeilen. Probeer de kerk in het midden te houden. Verstuur geen berichten als u gedronken hebt, ook niet via de sociale media. Wind u niet op als uw lezersbrief niet gepubliceerd wordt. U mag er best zijn, maar het kan geen kwaad om wat meer aandacht aan uw uiterlijk te besteden. Kraanvogels zijn herfstkinderen, uw kleuren zijn oker, aubergine en allerlei varianten van bruin. Ga eens shoppen met een Paradijsvogel (Apus), koop samen nieuwe kleren en zit voor een keer niet op uw geld. Deze zomer zit er een reisje in, de astrologie laat u toe zelf uw bestemming en uw vervoersmiddel te kiezen.

 

PHOENIX (november)

(Phoenix) – De Phoenix of Feniks is een van de bekendste mythische figuren aan de sterrenhemel. Het verhaal is bekend: de Feniks brandt helemaal op en uit zijn as verrijst een nieuwe Feniks. Dat bent u ten voeten uit: op cruciale momenten maakt u een klik, een overgang, en plots staat u er weer. De Phoenix is niet klein te krijgen. U bent een bruggenbouwer en een vredesstichter, u verbindt mensen. De keerzijde van de medaille is afgunst, uw goedheid wekt jaloersheid op. Men zal er in slagen uw werk teniet te doen, de door u tot stand gebrachte verbindingen zullen doorgeknipt worden. Maar dan kent men u nog niet goed: u zal altijd uw doel bereiken, desnoods via een omweg. Niet voor niets verwijst de naam van de Phoenixbrug naar de Feniks, alles staat in de sterren geschreven.

 

SLINGERUURWERK (december)

(Horologium) – Slingeruurwerk, u bent altijd in beweging, u staat nooit stil, en u doet dat op een rustige, gezapige manier. Toch zal u merken dat uw getikketak uw omgeving enerveert, zeker wanneer u zelf wat opgewonden bent. Alles is perceptie: u denkt dat uw daden repetitief en voorspelbaar zijn, maar de mensen om u heen zien het patroon niet en kunnen niet volgen. Dat stelletje idioten is duidelijk minder begaafd dan u, maar laat u alstublieft niet verleiden om hen daar attent op te maken. Er is al voor minder gevochten. U bent van het type dat in het vuistje lacht, u laat het achterste van uw tong niet zien. Wij voorspellen dat er kort na uw verjaardag een nieuw jaar zal aanbreken. De mensen zullen weer zeggen dat de tijd snel voorbij gaat. U zal hen gelijk geven.

 

HELD (circumpolair – dertiende maand)

(Perseus) – De Held is een circumpolair sterrenbeeld, het is met andere woorden gedurende het hele jaar zichtbaar. Strikt genomen zijn we allen Helden, maar de nieuwe astrologie zegt duidelijk dat we jaarlijks slechts een beperkt aantal dagen in het teken van Perseus staan. Raadpleeg uw collectieve arbeidsovereenkomst voor meer details. Als Held heeft u een groot gevoel voor rechtvaardigheid. Het motto ‘oog om oog, tand om tand’ is u helaas niet vreemd. In het teken van de Held bent u vrijwel onvermoeibaar en gaat u boven uw stand leven. U maakt grootse plannen, die u gelukkig nooit ten uitvoer brengt. Helden beleven doorgaans een piek in hun relatie, maar niet altijd in positieve zin. Hoe onschuldig ook, uw flirterig gedrag gaat niet onopgemerkt voorbij. De spiegel is het oog van de ziel! Smeer u in met factor vijftig, vergeet uw rug niet.

 

Capitàl, 9 augustus 2014
 

Geachte vader, dag lieve mama,

Beste broer en schoonzus,
 

Vooreerst wil ik jullie op het hart drukken dat jullie altijd in mijn gedachten zijn, en dat ik jullie enorm graag zie. Ik kan het niet genoeg zeggen. Wat jullie ook over mij mogen denken. Ik verlang daarvoor niets van jullie terug. Ik vraag geen begrip, medelijden of vergeving. En ik ben er heus niet op uit om jullie voor het hoofd te stoten. Echt niet. Het zal misschien toch gebeuren, maar het is niet de bedoeling. Dat moet je van me aannemen. Deze brief wordt geen rechtvaardiging. Nee, dit is gewoon een mooi moment om de pen ter hand te nemen, en jullie te schrijven. Het moest er een keer van komen, en ik ben er klaar voor.

En hier ben ik dus. In volle glorie. De zoon, de broer, de toekomstige oom, die naar den vreemde is getrokken. Om er een nieuw en beter leven te beginnen. Ik schrijf jullie heel bewust vandaag, 9 augustus, want op 9 augustus is dit land op zijn mooist. Waarom? Dat ga ik jullie direct vertellen, natuurlijk. En misschien – wie weet – ontstaat er wel een zekere interesse. Hoop doet leven! Maar goed, wat is er zo speciaal aan 9 augustus? Wel, op 9 augustus vieren we de nationale feestdag van Abrodia! We herdenken vandaag de honderd negenenveertigste verjaardag van het begin van de moeder aller revoluties. Met een uitzinnig feest, het Fiesta Del Toro! Echt waar, je zou het hier eens moeten zien. De straten van onze prachtige hoofdstad Capitàl lopen vol met schitterend uitgedoste vrouwen en mannen. Eén gigantische parade.

Wat die stier daarmee te maken heeft? Wel, die verkleedpartij is natuurlijk niet zomaar een verkleedpartij. Overal worden varianten opgevoerd op hetzelfde thema: de opknoping van El Dictador. Want honderd negenenveertig jaar geleden kwam er een einde aan de onderdrukking, nadat de toenmalige heerser op nogal knullige wijze om het leven kwam, samen trouwens met het paard waarop hij net had plaatsgenomen. Hoe dat precies in zijn werk ging, is me niet helemaal duidelijk, maar het komt er op neer dat de nogal voortvarende Grote Leider zijn hengst al de sporen gaf, terwijl de stalknecht het nog moest losmaken. In de paniek die daarop ontstond moet de leider van zijn rijdier zijn afgevallen, en daarbij verstrikt zijn geraakt in de teugels. Op dat moment zou het steigerende paard, dat luisterde naar de ietwat misleidende naam Toro, nog een laatste poging hebben ondernomen om zichzelf los te rukken, waarbij het zijn in de teugels hangende meester wurgde. En in één beweging ook zichzelf. Zo gaat tenminste de legende, want er waren geen getuigen. De enige die hier iets had over kunnen vertellen, was de stalknecht, maar die is er in het tumult vandoor gegaan. Van hem werd nooit meer iets vernomen. En vandaar dus het feest van de stier, die eigenlijk een paard was.

Nu was El Dictador zó uitgekookt dat hij niet alleen al zijn tegenstanders had laten elimineren, maar hij had zich ook nog eens met bijzonder weinig capabele luitenanten omringd. Nul, om precies te zijn. En nakomelingen waren er nog niet. Het is overigens nog maar de vraag of die er ooit zouden gekomen zijn, gesteld dat hij in leven was gebleven. Aan vrouwen nochtans geen gebrek, hij trouwde maar liefst zeven keer! Al zijn echtgenotes liet hij echter na verloop van tijd kruisigen, wegens het verzaken aan de echtelijke plicht, zwanger worden. En na elke terechtstelling vorderde hij een nieuwe bruid op, die door haar familie node werd afgestaan. Dat de Leider zelf aan de oorzaak lag van de kinderloze staat van zijn opeenvolgende huwelijken, was een publiek geheim. Dat hij niet helemaal goed bij zijn hoofd was ook. Het moet gezegd dat de onbedoelde zelfdoding niet zijn eerste dwaasheid was. Maar goed, waar het op neer komt is dat er na de onverwachte dood van El Dictador, en bij gebrek aan ook maar één mogelijke opvolger, er voor Abrodia niets anders op zat dan de revolutie af te roepen – al was het maar om geen gezichtsverlies te lijden – en vervolgens een parlement te installeren en de democratie in te voeren.

Vandaar dus dit feest! Het is doodjammer dat we niet allemaal over heel erg snel internet beschikken, anders had ik direct wat foto's doorgestuurd. Maar geen nood, ik heb ze op een SD-kaartje staan, en als morgen de internetwinkel weer open is, zal ik ze op Dropbox zetten, dan kunnen jullie met eigen ogen aanschouwen wat een carnaval dat hier is. En niemand moet werken, werkelijk niemand! Behalve horeca-personeel, die draaien dubbel natuurlijk. Maar goed, daar is het dan ook horeca-personeel voor. Geen medelijden met de horeca!

Sorry, dat was niet persoonlijk. Het is gewoon een feit dat behalve de horeca het volledige zakenleven in dit land stil ligt, dat was alles wat ik daarmee wou zeggen. Leest u vooral verder, alstublieft.

Nu we het er toch over hebben: vader, hoe vergaat het tegenwoordig uw theehuis? Ik hoop uit de grond van mijn hart dat de schande van de naar het buitenland uitgeweken oudste zoon er niet toe heeft geleid dat het clientèle is weggebleven. Of dat naar aanleiding van dat zelfde feit extra strenge controles vanwege fiscus en volksgezondheid uw zaak niet de das om doen. Om nog maar te zwijgen over klachten naar aanleiding van vermeende geluidsoverlast. Zoals u allemaal doemdenkerig had voorspeld. U heeft zich er toch nog niet toe genoodzaakt gezien die arme neef Pablo te ontslaan, en hem terug te sturen naar het gesticht waar u hem vandaan gehaald heeft? Want daar sta ik tegenwoordig wel bij stil, bij dat soort dingen. Niet dat ik vind dat u dat idiote neefje kost wat kost moet aanhouden, verre van zelfs. Die kerel hoort achter slot en grendel. Als je 't mij vraagt zou u daarmee een mooie bijdrage leveren aan het algemeen welzijn. En misschien kunt u het hok waar u die debiele ober 's nachts in opsluit in de toekomst wel verhuren aan een Abrodiaanse uitwisselingsstudent. Ik kan wel voor een aanbeveling zorgen, als u dat wil. Dat is het minste dat ik kan doen. Met het geld dat dat zou opbrengen, betaalt u gemakkelijk een tweetal diensters die klanten aantrekken, in plaats van ze af te schrikken. We moeten aan de commerce denken, nietwaar?

Ja, nee, u heeft gelijk: ú moet aan úw commerce denken, ik heb mezelf in deze volledig buiten spel gezet.

Met mij gaat het overigens ook goed. Dank u. Tot spijt van wie 't benijdt. Kijk, ik weet dat jullie hier niet graag mee geconfronteerd worden, maar het moet me van het hart. Dus, knoop het in jullie oren: het gaat goed met mij. Ik mis Moederland wel een beetje, maar niet hard genoeg om wenend terug naar huis te rennen en me door mama te laten troosten. Hoe ik het ook draai of keer, ik kan alleen maar zeggen dat ik geen greintje spijt heb. Ik moest daar weg.

Maar laten we een kat een kat noemen: er zijn altijd duizend keer meer redenen om het niet te doen. En toch zijn er van die gekken zoals ik, die op een dag gewoon weggaan. Met vrouw en kinderen, met hebben en houwen. Bij manier van spreken natuurlijk, want een vrouw had ik nog niet, toen ik uit Moederland vertrok. Ik ben me er van bewust dat miljoenen anderen gewoon zijn gebleven. Want er zijn altijd die duizend andere redenen, waarvoor je kan blijven. Maar ik hoor dus bij die groep die inpakt en vertrekt. Met een plan of zonder. Soms alleen maar met een vaag idee, een vermoeden. Maar weg, weg, weg, naar een betere plek, een ander leven.

Ik praat hier met veel mensen. Mensen van overal. Ook mensen van bij ons. Mensen die hun land hebben verlaten omwille van oorlog of armoede. Of omdat ze homo waren, ergens waar dat geen goed idee is. Sommigen wilden alleen maar naar een plek waar er niet geschoten wordt, waar geen hongersnood is, géén geweld tegen burgers, of geen nare ziektes waartegen je je van de overheid niet mag beschermen. Anderen waren pure goudzoekers, zoals ik. Maar ze blijven zonder uitzondering achter hun besluit staan. Ook al zijn er zaken waar we op voorhand geen weet van hadden: hoe verschillend de mensen zijn, en de gewoonten, en de gerechten, en de opvattingen, en het geloof. Hoe moeilijk we ons verstaanbaar kunnen maken, hoe onze huidskleur ons parten speelt, en de klank van onze namen. En dat er spelregels zijn die we niet kunnen doorgronden.

Vroeger dacht ik dat je die dingen zelf in de hand had. Dat het aan jezelf lag. Ik had een theorie die zei dat het verschil maakte of je vooral ergens van weg ging, of eerder ergens naartoe. Ik meende dat wie bewust ergens heen ging, zich daar sneller zou aanpassen, dat die het gemakkelijker zou hebben. Op alle gebied: sneller aanvaard worden, minder heimwee krijgen, gelukkiger worden. Enzovoort, nog duizend andere dingen. Want iemand die alleen maar ergens weg wou, die wou eigenlijk niet weg. Nee, ik zeg het verkeerd: zo iemand, die wou alleen maar ergens níet meer zijn, die wou nergens héén. En dat was contradictorisch. Dàt dacht ik toen. Maar toen wist ik nog niets. Ik was een broekvent, niet meer dan dat.

OK, laat ons dus nogmaals een kat een kat noemen: het maakt helemaal niets uit waarom je het doet. Daar ben ik inmiddels wel achter. Mortiervuur is geen betere reden dan honger, vervolgingen zijn niet slechter dan ziektes, en de verlokking van geld is even eerbaar als die van de liefde, als motief. Echt waar. Geloof me, ik kan het weten. Ik zocht rijkdom en ik vond geluk. Een andere invulling van het woord rijkdom, zo u wil. Maar het kon ook anders uitdraaien. Begrijpt u? Het had ook slecht met me kunnen aflopen. En dat had – en nu komt het doordenkertje – dat had ook gekund zonder naar het buitenland te trekken. Dat heeft er allemaal geen donder mee te maken. Geen donder!

Kennen jullie trouwens de meest voorkomende voornamen in Abrodia? Dat raad je nooit. Voor een jongen: Ditadoro. En voor een meisje: Ditadora. Zot hé? In dit land stikt het van de kleine dictatortjes! Wat een grapjassen toch, die Abrodianen! Vind je niet?

Weet je vader, toen ik voor het eerst hoorde over El Dictador en zijn paard, toen verscheen spontaan jouw beeld voor mijn ogen. Ik kon alleen maar aan jou denken. Je kan het bezwaarlijk een compliment noemen, maar jij bent net als die gekke dictator. En ik ook! Laat dat duidelijk zijn.

Tja broer, nog een geluk dat jij anders in elkaar zit. Jij steekt je kop in het zand en je houdt je gedeisd. Je wacht je tijd af, en je denkt: “mijn beurt komt nog wel”. Want jij bent de kroonprins nu, nu ik de wijk genomen heb. Alleen, als jouw moment ooit aanbreekt, zal je er niet klaar voor zijn. Want de Grote Leider heeft je de stiel niet geleerd. Hij heeft nooit toegestaan dat je te dicht bij hem in de buurt kwam. Hij werkt nog liever met die rare neef van hem, want die kan hij dumpen als hij hem niet meer nodig heeft. Pablo hoeft niet eens gekruisigd te worden, gewoon weer inleveren, en klaar is Kees. Nee broertje, na ons vader is het gedaan met de dictatuur. En in je hart ben je daar niet rouwig om, wees maar zeker.

Vader, als je deze brief onderhand nog niet verscheurd of verbrand hebt, dan hoop ik dat je het voorgaande stukje met de nodige consideratie hebt voorgelezen. En dat je dat ook doet met de passage die volgt. Want het is niet mijn bedoeling om mijn enige broer te kleineren of te koeioneren. Hij kan er zelf ook niet aan doen, hij is zoals hij is. En gelukkig heb je hem een vrouw bezorgd die wel speciaal voor hem gemaakt lijkt te zijn. Ze verstaat de kunst van op de achtergrond de touwtjes in handen te houden, en ze stelt aan hem geen eisen waaraan hij toch niet kan voldoen. Een klein minpuntje is misschien dat ze hem nog geen kinderen geschonken heeft, en het lijkt er sterk op dat dat ook zo zal blijven. Maar wat dan nog? In zijn geval zou dat niet eens zo'n heel slechte optie zijn. Want hij is de stalknecht, van hem zal nooit meer iets worden vernomen. En wie wil daar nu het kind van zijn?

Hoor je, vader, hoe ik tegen de dingen aankijk? Het cynisme? De eigenzinnigheid? De eigengereidheid ook? Herken je het niet? Kijk eens om je heen. Kijk naar mama, … ik weet zeker dat ze instemmend zit te knikken: de appel valt niet ver van de boom. Ik zie het haar denken, en ze heeft gelijk ook.

Begrijp je nu waarom ik niet bij jou in de buurt kon blijven? Er kon bij ons maar één El Dictador zijn. Er was er één teveel. Jij en ik, wij lijken wel gedoemd om vroeg of laat onszelf de das om te doen. En we hebben niet eens door dat we ons paard “stier” noemen. Ik zal maar zwijgen over onze andere dommigheden. Nee, dan hebben die rare Abrodianen het allemaal veel beter begrepen. Sedert hun zogenaamde revolutie staat het recht op stommiteiten in hun grondwet ingeschreven. Samen met de plicht tot zelfrelativering. Beide zijn vereiste vakken op de scholen. En zo komt het dat al die kleine dictatortjes elkaar niet in de weg lopen, hier in het overigens te gekke Abrodia.

Er is nog hoop, pa. Ook voor mij, en zelfs voor jou.

Dag vader, dag moeder, dag broer en schoonzus. Ik zal jullie blijven schrijven, en ondertussen hoop ik stilletjes ook op een berichtje van uwentwege.

Kussen en knuffels (typische gebruiken hier),

x (idem)

Je oudste zoon en broer,

Seth

 

GOUDEN LEEUWEN STERVEN STAANDE

Café De Gouden Leeuw in de Noordstraat, op een zonnige zaterdag in november. We zijn onaangekondigd gekomen, én onvoorbereid. Er moest gewoon iets afgegeven worden, binnen en buiten. Eventueel een koffie- en plaspauze. Dag mevrouw, dag meneer, en tot een volgende keer. Een kwartiertje, hooguit. Zo had het kunnen lopen.

Ergens tussen de koffie en de plas kwam het verhaal: het café moet verdwijnen, plaats maken voor een vastgoedproject. De imposante biljartzaal wordt afgebroken, het duivenlokaal opgedoekt. De nieuwe eigenaars van het pand zien er geen brood meer in. Later die zaterdag zou er nog een biljarttornooi plaatsvinden, één van de laatste, want de club heeft al een ander lokaal gevonden.

Dirk, de man achter de toog, toonde zich nog strijdlustig, maar ook ervan bewust dat het gevecht verloren is. En hij weet wat vechten is, en hij weet wat verliezen is. Het leven spaart de vechters niet. En toch, en toch … We vroegen hoelang het café nog open blijft, maar daar kon hij nog geen datum op plakken, hij is er nog niet klaar voor. Maar lang kan het niet meer duren, het geduld van de eigenaars raakt stilaan op.

Wat later stonden we terug buiten. De zon scheen nog altijd even vrolijk, maar het verhaal lag zwaar op de maag. De blinkende bekers op de schappen, de foto's van koningen, keizers en kampioenen aan de muur, herinneringen aan vijfentwintig jaar volkscafé, binnenkort zal het allemaal verdwenen zijn, gesloopt. Op de gevel na, want die moet blijven, die is geklasseerd … We worden er zelf een beetje kwaad om, dat die buitenkant precies belangrijker is dan wat zich binnen afspeelt. Belangrijker dan de levens die daar binnen geleefd worden.

We keerden na die zaterdag in november nog regelmatig terug naar De Gouden Leeuw, om een koffie te drinken, of een pint, of gewoon om eens dag te zeggen aan Dirk. En we zijn eind januari foto’s gaan nemen tijdens de laatste grote bijeenkomst van de duivenmelkers, de duivenverkoop (in vaktermen: de “bonverkoop”). Er ging een wereld voor ons open, want toegegeven, zelfs toen we nog op den buiten woonden was de duivenliefhebberij iets wat we eerder met muffe oude mannetjes associeerden. En muffe oude mannetjes, daar hadden wij - hippe jongelingen - niet direct een klik mee. De duivenmelkers bleken echter een open en hartelijk volkje, en we werden per direct ingewijd in de beginselen van de bonverkoop: een veertigtal duiven, waarvan een deel nog niet eens geboren, worden gratis ter beschikking gesteld door de clubleden en gaan vlotjes van de hand, per opbod. De opbrengst gaat integraal naar de vereniging. Tussendoor werden dik besmeerde boterhammen uitgedeeld en werd ons geduldig uitgelegd waarom de ene duif tot zes keer meer opbrengt dan de andere.

De duivenmaatschappij heeft ondertussen ook nieuw onderdak gevonden, en dat is maar goed ook, want De Gouden Leeuw was nog het enige duivenlokaal in Gent. Dirk werd op het einde van de bonnenverkoop in de bloemetjes gezet, en daar kwamen onverhoolde tranen van, terwijl zoon Tim verwoede pogingen deed om de zijne weg te lachen.

En zo wordt het weer wat leger en stiller achter die geklasseerde gevel. Maar als je er nog eens voorbij fietst of wandelt, en je merkt dat de gordijntjes open zijn, spring eens binnen. Nu het nog kan. Zolang het nog kan.

 

DE 24 UUR VAN DE BRUGSE POORT

zaterdag 26 september

12:00 De tijd gaat snel, gebruik hem wel

In 1976 kregen we thuis een staande klok. Die klok liet in een feilloze cadans per seconde een tikje horen, om het kwartier een melodietje van vier tonen en om het uur hoe laat het was. Ding dong ding dong, dat was een kwartier. Boing! Eén uur. Boing! Boing! Boing! Drie uur. Dag en nacht ging dat door. Een torenklok op huiskamermaat.

Op de koperen wijzerplaat stond in sierlijke letters “Tempus Fugit”, de tijd vliegt. Zelfs toen al begreep ik vaag dat het complexer was dan dat. Akkoord, soms ging de tijd inderdaad wat snel voorbij, waardoor ik bijvoorbeeld ’s morgens net iets te laat naar school vertrok en ’s avonds naar mijn gevoel veel te vroeg naar bed moest. Maar in het algemeen ging de tijd voor mijn tienjarige ik veel te traag. Hoe lang heb ik niet uitgekeken naar de leeftijd van twaalf jaar, zestien, achttien? Nooit heb ik daarbij ook maar één ogenblik gevonden dat de tijd vloog.

In onze klok wiegde bedaard een slinger heen en weer, en zolang die slinger slingerde werd de tijd keurig weg getikt. Onderaan die slinger zat een schroefje en al vrij snel ontdekte ik dat je, door aan dat schroefje te draaien, de klok een beetje kon laten voor- of achterlopen. En zo zette ik in 1976 subtiel de tijd naar mijn hand.


 

13:00 De leeuw en de feniks

De herinnering aan de klok van mijn ouders en de gedachte over het schizofrene van onze beleving van het begrip tijd schieten me door het hoofd wanneer ik voor het lege café De Gouden Leeuw sta. De Gouden Leeuw is definitief dicht. Waarom ben ik hierdoor verrast? Ik weet al lang dat dat eraan zat te komen. Een jaar geleden dacht ik zelfs dat dat veel sneller zou gebeuren. Maar nu heb ik het gevoel dat ik er gisteren nog was, terwijl dat al minstens vier maanden geleden moet zijn. Eén ding is sedert 1976 niet veranderd: de tijd gaat snel en traag tegelijk. Begrijpe wie kan.

Dan maar op naar de Bevrijdingslaan, de Phoenixbrug over. Achter mij klinken sirenes. Vanuit de drukke Noordstraat wurmen een loeiende ambulance en een MUG zich een weg naar de brug. Op wonderbaarlijke wijze komen beide zonder ongelukken de Noordstraat door. Het beeld heeft iets weg van de renner die zich in een bergrit in de ronde van Frankrijk door een mensenzee zwoegt: als buitenstaander houd je je hart vast, maar de massa opent zich op het laatste moment en sluit zich ook meteen weer na de passage.

Wat volgt is ook bijzonder: de ziekenwagens rijden niet de Phoenixstraat in, maar slaan meteen linksaf naar de Leiekaai, om even verder via de Leiestraat door te stoten naar - vermoedelijk - de Drongensesteenweg. Groot is mijn verbazing als ik de twee enkele minuten later al terug zie opdagen uit de Weverstraat, ze door de Phoenixstraat zie sjezen en over de brug rechts door de Waldamkaai naar de Nieuwe Wandeling richting binnenring zie gaan. Het duurt even voor ik besef waar ik net getuige van was, maar dan begint het te dagen: ziekenwagens zijn zelfs op zaterdagmiddag verplicht lange sluipwegen te nemen omdat ze zich op de kortere routes sowieso vast rijden.


14:00 Twee meisjes op een bank

Ik ben een man met een missie, en die missie is: boodschappen doen. Naar de bankautomaat moet ik, en fruit moet ik hebben, en nog iets, maar al sla je me dood, ik kan me niet meer herinneren wat dat andere ding weer was. Maar goed, eerst en vooral aan geld zien te komen dus. Het is me wat met de banken hier, de een na de andere gaat dicht en in de plaats komt een automaat die zo is opgehangen dat er nu ook op het voetpad files ontstaan (Belfius) of er komt helemaal niets in de plaats (Fortis). Het postkantoor is ook een optie, maar een tijdje geleden hadden ze daar alleen maar briefjes van honderd in de automaat zitten, en zoveel hoef ik doorgaans niet bij te hebben. Uiteindelijk beproef ik toch mijn geluk bij de Post en de goden zijn met mij: ik krijg precies het bedrag los dat ik in gedachten had.

Aan het Seghersplein zitten twee meisjes bovenop een picknicktafel. Meisjes van een jaar of tien, met een huid als café-latte, ravenzwart haar, fel lichtblauwe jeans, witte sportschoenen, een rapperspet en een hoop pret. Met z’n tweetjes aan het genieten van een zak chips.

Maar ik heb een missie: fruit en nog iets. Ik steek netjes over op het zebrapad, wat niet helemaal lukt. Het laatste stukje wordt versperd door een degelijke Duitse break, die ietwat onconventioneel geparkeerd staat: de voorwielen bijna op het voetpad, de achterwielen nog ruim een meter op straat. Maar wel helemaal op het zebrapad, het moet gezegd. Bij nader inzien zit er nog iemand in ook, een jonge vrouw die achter het stuur aandachtig naar haar telefoon zit te luisteren. Iemand probeert haar met gebaren het gevaar van de situatie duidelijk te maken, zonder succes. Ik loop door. Wanneer ik wat verder nog een keer omkijk staat ze er nog. De meisjes op de bank voederen net hun laatste chipskruimels aan de duiven.

De zon schijnt, het is een mooie dag.


 

15:00 Het gat in mijn memorie

Ik heb vandaag al een paar dingen gezien die ik niet mag vergeten opschrijven, bedenk ik. De drie Congolese vrouwen die uitgedost in prachtige zwarte gewaden stonden te kwebbelen in de Phoenixstraat bijvoorbeeld. Of de blanke jongeling die samen met een chique geklede zwarte man de mysteriën van de parkeermeter probeerde te doorgronden. “I think this here means that on Sundays you don’t have to pay”. “Okay, but today it’s Saturday, isn’t it?”. Of de uitbater van de dagwinkel die in zijn shop iets onbestemds liep te doen met een stoffer, en die zowat de slappe lach kreeg toen hij daarbij door een klant werd verrast. Het meisje met het kort geschoren haar, de lange mantel en de elektronische sigaret. De jongen die hardop bluetooth-gewijs tegen zijn smartphone liep te praten. Die mag ik ook niet vergeten.

De missie, de missie: bananen, appels, appelsienen. Verder kom ik nog steeds niet, maar zo meteen schiet het me wel weer te binnen. Ik loop de Carrefour in, zonder meer de meest multiculturele winkel in de straat. Het personeel spreekt er zowel Gents als andere exotische talen en werkelijk iedereen komt er over de vloer: een mevrouwtje met een rollator staat er in de rij met een troep jonge turken, een kerel met een hip knotje, een dame in een mantelpakje, twee Oost-Europese bouwvakkers en een roedel Roma-kinderen. En met mij, want ik heb ondertussen gevonden wat ik net nog vergeten was: een doos cruesli. Zie je wel, er is niets mis met mijn geheugen!

Tevreden loop ik met mijn volle boodschappentas terug naar het Pierkespark om alles in mijn fietszakken over te laden en om er de kop koffie te drinken die ik nu wel verdiend heb. Terwijl ik van mijn koffie slurp realiseer ik me dat ik nog een keer terug zal moeten: vuilniszakken moest ik ook hebben.


 

16:00 Het kan verkeren

Je kan er niet naast kijken: er wordt nogal wat afgereden in de Bevrijdingslaan: auto’s, moto’s, bromfietsen, bakfietsen, vouwfietsen, en allemaal moeten ze dringend ergens heen.

Ik zie een quad voorbij tuffen. Het is met stip de blikvanger van de dag: een blits blinkend ding met een bestuurder die uitgedost is alsof hij zijn zinnen op het WK motorcross heeft gezet. En verder auto’s, veel auto’s. Auto’s van alle slag: dure auto’s, oude auto’s, luide auto’s, gepimpte auto’s en auto’s met voornamen op de nummerplaten.

Een pizza-brommer keert onverwacht en onaangekondigd om en vervolgt zijn weg in de richting waaruit hij net gekomen is, wat hem een toeterconcertje oplevert. Er staat een auto gewoon stil op de weg, de bestuurder is niet te bespeuren. Achter de dubbel geparkeerde wagen staat een file. Even later staat er ook eentje in de tegenovergestelde richting, wanneer de eerste file als een langzame slang voorbij de foutparkeerder sluipt en de tegenliggers tot wachten dwingt.

Er valt mij iets op: de blanke Gentenaar fietst en de gekleurde gaat te voet. Op het voetpad kom ik nauwelijks een blanke tegen. Ik kijk nog eens rond. Het klopt, ik ben alleen. Ik kijk naar de fietsers, zo goed als allemaal blank. Een onverwacht inzicht.


17:00 Vergeten straat

Ik laat de Bevrijdingslaan voor wat ze is en ga langs de Hulstboomstraat naar het Acaciapark. Ik vind er een bank die wat apart staat. Er komt meteen een man op me af, die in een soort Engels-Vlaams vraagt of hij ook op de bank mag komen zitten. Ik zeg wel dat het goed is, maar echt tof vind ik het niet. Het halve-liter-blik bier dat hij bij zich heeft helpt ook niet echt, ik heb geen zin in een conversatie met een probleemdrinker.

Maar ik vergis me, en enkele minuten later zit ik midden in een boeiend gesprek over het fenomeen Brugse Poort. Mijn buurman haalt er de literatuur bij, “John Fante en Charles Bukowski moet je lezen”, verzekert hij me. Zijn betoog is niet echt om vrolijk van te worden. “Niemand kijkt om naar deze buurt. Er gaat van alles verkeerd. De troep opruimen is een werk van één dag, want de politie kent elke sluikstorter, elke dealer en elke pooier, maar er gebeurt niets. De Bevrijdingslaan, daar trekt niemand zich iets van aan.”

Ik probeer te relativeren en vestig zijn aandacht op het park, waar kinderen aan het doen zijn waarvoor het park is aangelegd: voetballen, rennen, spelen. Nog terwijl ik het zeg stel ik precies hetzelfde vast als net nog op het voetpad: ik zie geen blanke kinderen in het Acaciapark. De man naast me heeft het ook gemerkt en gebruikt - wellicht onbewust - de woorden van Willem Vermandere: “de blanke man is bang”.

Smalend voegt hij er aan toe: “Vlaanderen Vakantieland”.


 

18:00 Home and away

Ik loop terug naar mijn fiets, ik heb nog net de tijd voor een spaghetti en dan moet ik er vandoor, eerst naar huis en tegen zeven uur een andere afspraak. De rest van de dag zal ik niet meer in de Brugse Poort komen.


 

zondag 27 september

01:30 Twilight zone

Het is laat en ik ben moe, maar ik wil toch nog een keer terug naar de Bevrijdingslaan, want ik ben me gaan realiseren dat ik daar al in tijden niet meer bij nacht gepasseerd ben. Meer nog: ik heb mezelf erop betrapt dat ik ze zoveel mogelijk mijd, ook overdag neem ik meestal een alternatieve route. Ben ik ongemerkt een bange blanke man geworden?

De Bevrijdingslaan ligt er verlaten bij. Dit heeft niets van een broeierige achterbuurt, niets duidt hier op zaakjes die het daglicht schuwen, er is geen kat. Van aan de Rooigemlaan tot aan de Sint Jan-Baptistkerk tel ik drie andere fietsers, twee auto’s en één voetgangster.

Heb ik iets gemist? Ik keer om en rijd de hele straat nog eens door, met min of meer hetzelfde resultaat. Ik ontdek wel nog een open café waar enkele mannen rustig staan te praten voor het open raam. In de enige pittabar die nog niet dicht is zit een laatste klant naar de televisie te kijken.

Rond een bakkerij hangt de geur van vers gebakken brood. Het is bedtijd.


 

10:30 A brand new day

De volgende ochtend, een rustige zonnige zondagmorgen.

Groenten en fruit staan alweer uitgestald. Mannen lopen naar huis met broodjes in witte plastieken boodschappentasjes. Een eetzaak verwacht vroege vogels: ik ruik gegrilld vlees. Een auto toetert en aan de overkant zwaaien een paar mensen terug. Motards staan aan een cafeetje te babbelen, een van hen zit relaxed achterstevoren op zijn motor.

Wat verder staat een dubbel geparkeerde bestelwagen.

 

TWEE FOTO'S

 

U kijkt naar twee foto’s die beide genomen werden op een mooie lentedag, op nagenoeg dezelfde plek langs de Bevrijdingslaan. Het verschil zal niet veel meer zijn dan dertig meter. Twee foto’s van twee mannen van ongeveer dezelfde leeftijd, Erik en Paul. Veertigers, en dus in de fleur van hun leven. Erik liet zich door zijn vrouw op de gevoelige plaat vastleggen tijdens de braderie in 1986, Paul werd dertig jaar later digitaal vereeuwigd door fotografiestudente Sofie Van Dooren.

In Eriks tijd was de Bevrijdingslaan nog een kasseibaan. Ik herinner me de kasseien in de Bevrijdingslaan nog als de dag van gisteren. Die van de Brugse Steenweg ook trouwens, en die van de Phoenixstraat, enzovoort. Begin jaren ‘80 fietste ik er regelmatig voorbij, op weg van mijn middelbare school in Mariakerke naar het stadscentrum, alwaar we toen net “Het Vliegend Paard” ontdekt hadden. Kasseien waren toen de gewoonste zaak ter wereld. Kinderkopkes werden ze weleens genoemd. Je kon er je fiets tussen parkeren, zo ver lagen die misbaksels uit elkaar. Erik weet wel waarom hij bedenkelijk kijkend, maar volkomen veilig op de stoep blijft staan, geloof me vrij. Erik heeft geen zin in een verzwikte voet. Erik houdt niet van kinderkopkes. Om op te fietsen waren ze trouwens ook totaal ongeschikt. Ach, we wisten niet beter, in de jaren tachtig. Anderzijds kon je in die tijd je fiets wel overal zomaar achterlaten. Zonder slot, want dat hadden we niet eens.

Er lagen in 1986 nog tramsporen in de Bevrijdingslaan. Dat verbaasde me aanvankelijk wel een beetje, want ik kan me niet herinneren dat er ik er ooit ook maar één tram heb zien rijden. Ik ben daar wat over gaan rondvragen en ik liet me vertellen dat die sporen daar bijna twintig jaar ongebruikt zijn blijven liggen nadat de laatste tramlijn er in 1969 werd opgedoekt. De trolleybus kwam pas veel later, tegen het eind van de jaren tachtig. Die had geen sporen nodig natuurlijk, alleen een bovenleiding. En die bovenleiding hangt nog steeds boven Paul zijn krullenbol wanneer Sofie hem in 2016 voorbij haar lens ziet zoeven, hoewel de trolley ondertussen ook alweer dik twaalf jaar uit Gent verdwenen is. Vroeg of laat gaan ze die lelijke kabels daar ook wel een keer weghalen, zo’n dingen moet je een beetje tijd geven.

Op het moment dat Erik daar in 1986 zo een tikkeltje onwillig staat te poseren, hangt de straat vol met vlaggetjes. Zo ging dat in de tijd dat er nog braderieën waren, de lokale middenstand vrolijkte de boel wat op met reclame. De massaal aanwezige oranje vlagjes zijn van het Gemeentekrediet van België, zeg maar Dexia (Belfius ondertussen). Foute boel, zegt u? Misschien wel ja, achteraf gezien. Het waren andere tijden, laat het ons daar op houden.

Maar kijkt u vooral ook eens hoe ontspannen Paul er bij zit. Paul hoeft zich natuurlijk al lang geen zorgen meer te maken over een weerbarstig wegdek, dat is waar. Maar dat is niet het enige: Paul hoeft zich namelijk helemaal nergens zorgen over te maken. Met Erik is het anders gesteld. Erik kijkt een beetje sip, en terecht: rondom hem ligt de straat en het voetpad bezaaid met papiertjes, peuken, blikjes en plastiek, met daartussen hier en daar iets bruins van een onbestemde materie. De goot ligt vol zand en links en rechts steekt er een armtierig plukje dor gras tussen de straatstenen uit, alsof het de tristesse nog wat wil onderstrepen. Begrijpelijk dus dat Erik een ietwat terneergeslagen indruk maakt. Arme Erik, je zou hem bijna willen toeschreeuwen: “Kop op jongen! Er komen andere tijden!”.

 

Want zie Paul dertig jaar later eens freewheelen op zijn gladde asfaltweg, zonder ook maar een spoortje vuil dat hem in zijn dagdromen onderuit zou kunnen halen. Mooi beeld toch? Dat is nu eens de Bevrijdingslaan van vandaag, zie. Dezelfde Bevrijdingslaan waar we godganse dagen over lopen te kankeren omdat ze niet meer is wat ze vroeger is geweest. Want vroeger was het hier tof, vroeger was het gezellig, en de mensen, die waren vriendelijk en nog gemoedelijk ook. Dat is allemaal wel waar, maar dat het allemaal melk en honing was, is een sprookje. En ik geloof niet in sprookjes. Dat de Bevrijdingslaan er de laatste dertig jaar alleen maar op achteruit is gegaan, is helemaal niet waar.

Ik heb een voorstel. Laten we voor eens en voor altijd afspreken dat we niet meer gaan zeuren over hoeveel beter het vroeger wel was. Vroeger is voorbij, vroeger bestaat alleen nog in ons hoofd en op oude foto’s. Elke tijd brengt weer nieuwe fenomenen en nieuwe zorgen met zich mee. En er zal altijd wel iets zijn om ons druk over te maken. Anno 2016 zien we veertigers voorbij rijden die plastieken bloemen aan hun fietsstuur hebben hangen. Ook hartstikke fout natuurlijk. Foei Paul! Hoewel, fout heeft ook wel iets, soms ...

Paul.jpg
Erik.jpg