© 2018-2019 Udo Meiresonne

klik op een titel om het hele gedicht te lezen

Gedichten

DE BOOM EN DE HEMEL

(vertaling van Trädet Och Skyn ©Tomas Tranströmer)

 

er loopt een boom

rond in de regen

hij rent ons voorbij

in de grijs gietende regen

hij heeft een missie

hij haalt het leven

uit de regen

als een merel

uit een boomgaard

 

als de regen stopt

stopt ook de boom

staat hij onverstoorbaar recht

in de heldere nacht

en hij wacht

zoals wij wachten

tot sneeuwvlokken

de hemel weer

open laten bloeien

 

MENSEN MET EEN MENING

ga je bidden voor genezing

een voortijdige onderbreking

het risico van de deling

van de siamese tweeling

smeekt om nuancering

van mensen met een mening

 

een stuurgroep in bespreking

een nieuwe investering

verhoogt de klassering

een controversiële beweging

een hachelijke onderneming

mensen met een mening

 

nemen we in overweging

toenemende politisering

falende reclassering

verregaande sanering

de tering naar de nering

mensen met een mening

 

de wind die fel tekeer ging

spijt van een tatoeëring

grensoverschrijdende streling

onbewust in overtreding

of drang naar overheersing

mensen met een mening

 

een schietende bekeerling

een stuitende bewering

de beurs die op en neer ging

sterven van ontbering

de fout in de redenering

mensen met een mening

 

en ook de salariëring

de index plafonnering

de kracht van de verbeelding

stelen uit verveling

de prins met een verkering

mensen met een mening

 

mensen met een mening

mensen met een mening

mensen met een mening

mensen met een mening

ach krijg toch allemaal de tering

 

ZEEDIJK

kijk daar

op de zeedijk

waar de zon en ook de zee wijkt

een oude man die naar

zijn oude vrouw

en naar de zee kijkt

zie hoe traag ze voorbij gaan

zie ze tegen elkaar aan

op de dijk staan

naar laag water kijkend

vanop de boulevard

twee verdwaalpalen

die elkaar vonden daar

tussen de blauwe emmer en de gele banaan

zie ze met elkaar

en tegen elkaar aan

kijken naar hoe de zee

en ook de dag wijkt

de dag die al zo oud lijkt

de avond valt op de zeedijk

een oude man die naar zijn oude vrouw kijkt

zie ze in de nieuwe avond staan

hoe ze de zon zien onder gaan

zie hoe traag ze daar staan

en hoe ze langzaam aan

door hun oude dag

heen gaan

daar op de zeedijk

waar de zon in de zee duikt

een oude man die naar

zijn oude vrouw kijkt

hoe moeizaam het weer gaat

haar oude rug die stramme stralen

naar haar oude benen straalt

hoor zijn kortademige adem

zijn lijf dat zweet en hijgt

in de koele avond

tussen de blauwe emmer en de gele banaan

zijn rood hoofd dat zucht

zie de witte houten bank staan

zie hoe opgelucht

zijn linkerhand

tikt op de hand

die aan zijn rechterarm hangt

hij die haar anker is

en zij zijn kompas

zij hebben zich neergezet

en dan wil zij weten

of dit die bank uit die film was

omdat het net zo’n bank was

waarop Pauline en Paulette

nog hebben gezeten

hoe lang is dat niet al geleden

ze meten niet meer in jaren

maar in hoe jong

haar kinderen nog waren

en of haar man nog leefde

of zijn vrouw nog bij hem was

niets dat er nog toe doet

op de zeedijk is alles goed

daar op de zeedijk

waar een dag weer voorbij lijkt

en de avond pril

twee mensen zitten stil

geen haar dat er aan denkt

te vragen waaraan ze denken

 

NIEMAND

niemand die nog weet

hoe het leven ooit geweest is

in een ongewapende vrede

of wanneer we nu precies

tot hier zijn afgegleden

 

niemand die nog weet

dat de torah, de bijbel en de koran

in oorsprong dezelfde boeken zijn

waarin hier en daar iets bijgeschreven

een voetnoot of een refrein

 

niemand die nog weet

dat die kerel die de hele tijd

tegen zijn vrouw loopt te brullen

ooit een vrolijk kind was

met van die leuke blonde krullen

 

niemand die nog weet

wie gaf de eerste dosis speed

aan het meisje dat zichzelf

op de straat verkoopt

dat eenzaam meisje van verdriet

 

niemand die nog weet

dat de agent die haar heeft opgepakt

en haar probeert te ondervragen

ooit een wapen heeft gebruikt

dat hij nu niet meer mag dragen

 

niemand die nog weet

dat ik van jou gehouden heb

en jij evenveel van mij

maar dat ik op een dag verzonnen heb

dat jij me niets meer zei

 

JACKSON HILL

het was een hete zondag

net na de noen

ik zat zonder werk

‘k had niets te doen

in de kroeg van Bill

in the city saloon

 

totaal onverwacht

een luide knal

het was zonneklaar

dit was een overval

ik geef het toe

ik schrok nogal

 

ik keek naar Bill

er zat een gat in zijn kop

hij viel op de grond

met een droge klop

een stem achter mij

riep “handen op”

 

“want je gaat er ook aan”

“als je dat wil”

ik kende die stem

zo schel en zo schril

het was mijn oude vijand

het was Jackson Hill

 

ik draaide me om

ontweek zijn schot

daar hij niet van terug

die ouwe zot

een ogenblik later

ging hij zelf kapot

 

Jackson Hill

Jackson Hill

ik doodde

Jackson Hill

 

Jackson Hill

jawel meneer

zo schoot ik

Jackson Hill neer

 

ik liep in de woestijn

in de brandende zon

met een lading goud

voor mijn vriend Ramon

en ik had een paard

dat niet meer verder kon

 

ik was omsingeld

door een roversbende

het was hun leider

die zich tot me wendde

met zijn hoge stem

die ik zo herkende

 

Jackson Hill

bij alle goden

hij liet me geen keus

‘k moest ze allemaal doden

als er gras was geweest

ze lagen onder de zoden

 

Jackson Hill

Jackson Hill

ik doodde

Jackson Hill

 

Jackson Hill

wel vijftig keer

schoot ik

Jackson Hill neer

 

In Red River County

reed ik voor de gein

naar Clarksville city

langs de spoorweglijn

en daar trof ik

een brandende trein

 

het spoor was warm

dus ik hield me stil

de boeven wachtte

een bittere pil

het zal u niet verbazen

het was Jackson Hill

 

van Texas tot in Montana

ging Jackson neer

als een fata morgana

kwam hij telkens weer

Jackson Hill

kwam telkens weer

 

Jackson Hill

Jackson Hill

ik doodde

Jackson Hill

 

Jackson Hill

wel honderd keer

schoot ik

Jackson Hill neer

 

twee jochies

van een jaar of zeven

die cowboy speelden

en van huis weg bleven

tot hun moeder riep

om ze eten te geven

 

we renden heuvels af

we klommen in bomen

maar er is aan het spel

een einde gekomen

ja er is aan het spel

een einde gekomen

 

ik stond beneden

en ik riep “PAF”

Sjakie veerde op

en zijn tak brak af

hoog in de boom

zijn tak brak af

 

en ik ben Leroy

Leroy the best

Leroy the hero

de held van the West

maar Sjakie is dood

en ik heb het verpest

 

Jackson Hill

Jackson Hill

ik doodde

Jackson Hill

 

Jackson Hill

wel duizend keer

schoot ik

Jackson Hill neer

 

keer op keer

schiet ik weer

mijn beste vriend neer

en elke nacht weer

nu al duizenden malen

schiet ik hem neer

tot de duivel mij hale

 

EENDAGSVLIEG

ik ben de eendagsvlieg

geboren bij het eerste ochtendgloren

was alles al verloren

maar kijk, ik vlieg! ik vlieg!

 

als ik me niet bedrieg

is het twaalf uur op de toren

als mijn driften al ontsporen

en ik een andere vlieg aanvlieg

 

onverhoeds en ondoordacht

de middag vol met krijgsgeweld

uren geef ik van katoen

 

dan is ‘t de dood nog die mij wacht

mijn dag alweer geteld

maar morgen heb ik niets te doen

 

DE MAAN

het was een slapeloze nacht

waarin ik alles overdacht

wat ik in ‘s hemelsnaam

met mijn leven had gedaan

de zin van het bestaan

wat had ik al volbracht

en wat bood zich nog aan

had ik naar het goede genoeg getracht

ik modderde maar wat aan

ik gaf me over gaf aan

een vicieuze achtbaan

een gedachtbaan

zo nacht waarin ik dacht

dat ik even stil moest staan

maar niet goed wist waarin of waaraan

 

in het midden van die nacht

hoorde ik heel zacht

iets tikken op mijn raam

er kwam ook licht vandaan

ik luisterde

een stem die fluisterde

kom kom we gaan

hij fluisterde mijn naam

en ik ben opgestaan

ik opende het raam

kon er niet aan weerstaan

ben het raam uit gegaan

ik zat nu boven op de maan

onttrokken aan de zwaartekracht

in het midden van een nacht

waarin ik alles overdacht

 

we daalden een tijdje later

ik zag het tuinpad van mijn vader

zag weer de oude bomen staan

langs de oude laan

de maan liet mij begaan

door het oude open raam

zag ik mijn lege wieg weer staan

ik vloog de hele nacht

gezeten op de maan

alle bedden heb ik aangedaan

waarin ik liefdes heb versmacht

alle tenten ooit eens opgeslagen

en achteloos weer achtergelaten

dat zag ik allemaal die nacht

waarin ik alles overdacht

 

ik weet nog dat ik dacht

in die betoverde nacht

dat ik terug zou moeten kunnen gaan

om zo’n verlaten bed te claimen

en vervolgens daar vandaan

mijn leven te hernemen

dat ik een hoop problemen

bedachtzaam voortaan

anders dan ik eerder had gedaan

gewoon uit de weg zou gaan

zo zat ik boven op de maan

vliegend over vervlogen jaren

die toen nog toekomst waren

turend in de nacht

terwijl ik alles overdacht

 

moe en voldaan

lag ik te rusten op de maan

aan het einde van die nacht

de maan heeft mij zacht

terug naar huis gebracht

ik werd wakker veel te laat

met de zon op mijn gelaat

na een slapeloze nacht

ik stond op en ik bedacht

dat die lege bedden op mijn pad

die ik achteloos achtergelaten had

dat dat geen leegtes waren

maar verdomd goed geleefde jaren

dat dacht ik toen die dag

na die onvergetelijke nacht

 

ik weet zeker dat de maan

totaal onverwacht

in een slapeloze nacht

weer aan mijn raam zal staan

en ik gewoon weer mee zal gaan

er zijn nog zoveel zaken

naar waar ik terug zou willen gaan

dingen die bewust vergeten raakten

in de rimpels van de tijd

weggemoffeld in puberteit

of ernstige volwassenheid

dingen die ik verbijsterd en ontdaan

zal weerzien in een heldere nacht

in hun ware kracht

als fundament van mijn bestaan

 

DE HANEN

de trucker raast tegen de tijd

hij kan zijn vrijheid niet missen

de brave huisvader die

vrolijk naast de pot gaat pissen

 

twintig jaar voorbereiden

voor de zestiende elfstedentocht

de liefde voor een vak

voor een smak geld verkocht

 

vogels sterven in de lucht

maar je ziet er nooit eentje vallen

en van wie zijn toch de kinderen

die tippelen op de wallen

 

jongens worden opgeleid

tot blinde moordmachine

wiet is voor de sukkels

geef ons maar cocaïne

 

en elke dag weer

het gekraai van de haan

die deze dwaze wereld

uit zijn as weer op doet staan

 

elke ochtend om half zeven

over de wekker zeuren

is het een gebrek of een talent

buiten de lijntjes kleuren

 

inbreker gehoord

maar eigen zoon afgeknald

hoorde je ooit van een hond

die onder water bevalt

 

wat doe je overdag als je

‘s nachts door de straten dwaalt

het is voordelig sterven

voor je huis is afbetaald

 

de witten gaan braden

onder de zonnebank

de zwarten daarentegen

die worden chemisch blank

 

en elke ochtend weer

kraaien de hanen in koor

en deze dwaze wereld

draait al eeuwen door

 

een god die slaat

en een god die zalft

een schaap heeft een lam

met vijf poten gekalfd

 

we houden van groen

maar we sproeien het dood

we vullen onze bucket

tot hij zwaar is als lood

 

we bouwen muren

om onszelf te beschermen

en trots op de kinderen die

over de wereld uitzwermen

 

de rijke naties gaan

voor preventief geweld

dikke amerikaan heeft

afrikaanse leeuw geveld

 

en ook morgen

zullen de hanen weer kraaien

want zij zijn het die

de wereld doen draaien

 

op ‘t eind van de winter

zetten we de klok op zomer

wie doet wat hij graag doet

is een naïeve dromer

 

de een krijgt veel loon

de ander verdient respect

wie heeft de smurrie

uit de doofpot gelekt

 

de populaire zwemleraar

heeft losse handjes

de kinderen krijgen blokjes

voor mooiere tandjes

 

je ploetert maar verder

tot je je zelf klem rijdt

en in de vroege ochtend

zijn er altijd altijd

 

altijd weer die hanen

die eeuwig kraaien

en nog altijd is de wereld

niet echt naar de haaien

 

DE HELDEN

daar staat de jonge held

het aanstormend geweld

hij toont een gebalde vuist

de champagne bruist

hij zwaait met de bloemen

de lenzen zoemen

de jonge held straalt

omdat hij krantenkoppen haalt

 

je moet het maar doen

al vijf keer kampioen

de snelste man op aarde

al lang gevestigde waarde

de te kloppen favoriet

maar hem verslaan dat doen ze niet

hij is nog lang niet dood

onze held is groot

 

de held blijft maar winnen

maar ergens diep van binnen

een kant die hij niet toont

daar waar de twijfel woont

worden zijn dagen geteld

hij bevecht met geweld

het onontkomelijk lot

van elke tijdelijke god

 

en dan komt de dag

dan betaalt hij het gelag

het is wanhoop of overmoed

die hem de das om doet

of hij is tegen de lamp gelopen

alleen om hem op te knopen

mag hij nog op het schavot

onze oude jonge god

 

maar daar staat alweer

voor de zoveelste keer

een nieuwe jonge held

een nieuw aanstormend geweld

waarmee kranten zich vullen

en wij die gretig smullen

van de vuisten die hij balt

en straks nog meer … als ook hij weer valt

 

HET HUIS

vroeger waren alle muren wit    
of nee in het begin
daar waar oma zit
was er bloemetjesbehang
dat was niet naar onze zin
en in deze kamer hier
aan het einde van de gang
hing er streepjespapier
we wonen hier al lang

eerst maakten we de muren wit
maar dat duurde niet lang
wit was maar wit
en niet naar onze smaak
wit klapt als een boemerang
pats terug op je neus
dus schilderden we wat raak
het was geen echte keus
en ‘t is ook nooit af geraakt

ja die witte muren
kregen door de jaren
heel wat te verduren
we waren jong nog toen
en onervaren
wild en onbesuisd
we waren het frisse groen
dat van levenskracht bruist
ik zou het zo weer over doen

je oma die nu daar
in de andere kamer zit
was toen amper twintig jaar
we leefden op ‘t scherp van het mes
soms een dollemansrit
als wij elkaar naar ‘t leven stonden
tot we aan ‘t eind van ieder exces
elkander toch weer vonden
elk gevecht een dure les

er zit al lang geen spoortje wit
meer op de muren van ons huis
het werd een huis met pit
en al zijn de kleuren nu wat vaal
we voelden ons hier thuis
in het huis met duizend kleuren
hier schreven we ons verhaal
‘t was een huis met open deuren
hier gebeurde ‘t allemaal

de deuren gaan nu dicht
voor de laatste keer
de muren worden wellicht
straks weer wit gemaakt
en dan krijgen ze weer
duizend nieuwe kleuren
tot het weer vol leven raakt
en met open deuren
weer voor vijftig jaar ontwaakt

 

DE ZAAK

hij heeft niets afgemaakt

maar wel lang gestudeerd

zijn vader maakt zich zorgen

zijn moeder nog veel meer

en dan op een morgen

legt hij zich bij de feiten neer

hij heeft weer eens afgehaakt

en komt bij zijn vader in de zaak

 

de ouders gelukkig en blij

maar dat is van korte duur

als hij zijn vader gaat ontslaan

hem de laan uit stuurt

met pensioen laat gaan

is de appel zuur

hij handelt vrank en vrij

een vadermoord pleegt hij

 

hij laat de zaak weer bloeien

hij werkt zich uit de naad

hij leert een meisje kennen

waarmee hij trouwen gaat

maar op een dag moet ook hij eraan wennen

dat zijn eigen zoon daar staat

omdat dat het hem begint te boeien

om zich met de zaak te moeien

 

ook hij is gelukkig, ook hij is blij

maar hij weet wat er van komt

hij maakt zich geen illusie

hoezeer hij zijn rug ook kromt

onvermijdelijk is de conclusie

ook zijn tijd is bijna om

de zoon komt in de zaak erbij

en schuift zijn vader al opzij

 

DE OUDEN

en de ouden

ach ja

de ouden

de ouden

die moeten dood

wet der natuur

de ouden ontkennen

pleiten onschuldig

het ligt niet aan hen en

het is de tijd

die ging zo snel

de tijd ging zo voorbij

 

de jongen

ach ja

de jongen

de jongen

hangen in blok

om de nek

van de ouden

het ziekelijk gezag

spreekt spottend recht

de straf is operatief

het perspectief

palliatief

 

de ouden

ach ja

de ouden

we praten wel

met de ouden

de ouden moeten

voor rede vatbaar zijn

hebben ze al een keer

aan de jongen gedacht

de jongen trekken

de kaart van

de last die wacht

 

de jongen

och god

de jongen

de jongen

zuchten

uiterlijk opgelucht

we gaan niet

in beroep

voorwaardelijk is goed

het uitstel niet te lang

een enkelband beter

dan het gevang

 

de ouden

ach ja

de ouden

de ouden zijn moe

de ouden zwichten

de ouden houden

een feestje

intiem en ingetogen

een laatste knuffel

er wordt wat geweend

verdriet voor de vorm

gespeeld welgemeend

 

de jongen

jaja

de jongen

de jongen zuchten

nu oprecht

ze zuchten

opgelucht en

‘t is zover

‘t is bijna klaar

slinks kijken ze

op de klok

bereiden zich bedaard

voor op de schok

 

de ouden

ocharme

de ouden

de ouden denken

we hebben alles

getrotseerd

rest nog de vraag

is sterven vandaag

een recht

of een plicht

maar dan

dooft het licht

 

KROMME KAREL

kromme karel van in de zeventig

herinnert zich nog levendig

karel schuift door zijn estaminet

heeft zich net een koffie gezet

een ritueel van veertig jaren

die allen memorabel waren

hij herinnert het zich nog levendig

kromme karel van in de zeventig

 

in de vroege zeventiger jaren

had kromme karel lange haren

en zijn rug was ook nog recht

karel deed het lang niet slecht

zijn café gevuld met vrienden

die zich in de strijd hier konden vinden

ze hadden allen lange haren

in de vroege zeventiger jaren

 

in die wonderlijke jaren

die zo ondoorgrondelijk waren

ontmoette karel an

de mystieke droom van elke man

an met de schele ogen

met de ogen die nooit logen

en die ondoorgrondelijk waren

in die wonderlijke jaren

 

schele an viel als een blok voor karel

an was karels parel

hun liefde duurde veertig jaren

zoiets valt niet te verklaren

na veertig jaar ging an dood

het verdriet onmenselijk groot

zij was nog steeds zijn parel

schele an die viel voor karel

 

kromme karel van in de zeventig

herinnert het zich nog levendig

hij schuifelt door zijn bruine kroeg

met zijn koffie ‘s morgens vroeg

beleeft hij weer de dag

dat hij voor ‘t eerst die ogen zag

hij herinnert het zich nog levendig

kromme karel van in de zeventig

 

VERLIEFD

ik was niet naar jou op zoek

ik had je niet zien komen

je stapte om de hoek

kwam zomaar uit mijn dromen

 

je was toen in mijn leven

je zou er altijd zijn

maar je bent niet lang gebleven

nu doen zelfs mijn dromen pijn

 

ik mis je elke dag

elke minuut elk uur

ween ik om je lieve lach

ik sla een zielig figuur

 

ik luister alleen nog naar

super triestige muziek

de eenzaamheid die ik ervaar

is nooit gezien en dus uniek

 

ja, ik ben een meelijwekkende drol

‘k hoop dat er nooit een eind aan komt

ik wentel me in mijn rol

van de geslagen hond

 

jij bent liever without dan with me

als je me ooit nog eens zoekt

ik ben hier, just hit me

knock-out in de hoek

 

NA DE REGEN

zij kwamen elkaar tegen

in de gietende regen

onder knetterende bliksems

door plassen dravend

zich aan de regen lavend

 

tot de regen stopte

ze niet meer verder sopten

en ze net als voorheen

twee bomen waren in een laan

weer even ver van elkaar vandaan

 

OP

lijdzaam leest hij zijn wereld

slechts zelden last hij een komma in

of zet ergens een punt achter

 

soms tikken er wat woorden uit zijn vingers

 

en als hij het moe is sluit hij zijn ogen

wordt hij weer wakker

is hij nog altijd op

 

DAT

dat ik kan blijven janken

om mijn eigen stommiteiten

dat ik altijd nog kan lachen

om mijn kleine zielige ik

dat we dat allemaal nog kunnen

om onszelf en met elkaar

dat we dat in ere houden

omdat het lachwekkend dwaas is

en ontwapenend schoon

dat zou mooi zijn

dat we dat altijd zouden blijven kunnen

dat we dat nooit vergeten

 

CE QUI NOUS MANQUE

il y en a qui voient le monde entier

il y en a pour qui ça prend cinquante ans

il y en a qui ne trouvent pas le bonheur

en chassant des illusions

en rêvant des conneries

en reportant le rendez-vous avec la vie

il y en a qui ont perdu leur temps

sans savoir de quoi qui leur manque

 

il y en a facilement satisfait

il y en a qui ne rêvent pas

il y en a qui manquent le courage

il y en a qui n'osent pas rêver

il y en a qui rêvent sans esprit

il y en a qui ont oublié de vivre

il y en a qui ont perdu leur temps

sans savoir de quoi qui leur manque

 

il y en a qui partent

il y en a qui rêvent

il y en a dingue

il y a des rêves de conneries

comme l'unique chance de survivre

il y en a sans temps à perdre

il n'y a pas de temps à perdre

afin de retrouver ce qui nous manque

 

WAT WE MISSEN

er zijn er die de hele wereld zien

er zijn er bij wie dat vijftig jaar duurt

er zijn er die het geluk niet vinden

met jagen op illusies

met dwaze dromen dromen

met uitstellen van beginnen leven

er zijn er die hun tijd verspilden

zonder te weten wat ze missen

 

er zijn er met weinig content

er zijn er die niet dromen

er zijn er wie het aan moed ontbreekt

er zijn er die niet durven dromen

er zijn er die dromen zonder geloof

er zijn er die vergaten te leven

er zijn er die hun tijd verspilden

zonder te weten wat ze missen

 

er zijn er die weg gaan

er zijn er die dromen

er zijn er gek

er zijn er voor wie dwaze dromen

een kans op overleven is

er zijn er die geen tijd mogen verliezen

er is geen tijd te verliezen

om te vinden wat we missen

 

EN DAN #1

en dan

heeft ze haar

studies afgemaakt

is gediplomeerd

en klaar

en dan

begint ze maar

een keer

aan haar leven

en dan heeft ze haar

jawoord gegeven

of toch min of meer

haar ouders overhaald

dat trouwen uit de tijd is

ze gaat samenwonen

wat geeft ze om een trouwmis

en dan krijgt ze werk

een heel behoorlijke baan

en massa’s vrienden

om mee uit te gaan

en ook nog een relatie

en ook een kind

een wolk van een baby

dat is wat iedereen vindt

en dan gaat ze weer werken

herovert haar plek

op haar behoorlijke baan

en dan pas telt ze mee

daar kan je van op aan

en het leven lacht haar toe

het gaat haar zeer goed af

hoe ze dat allemaal doet

dat werken en zorgen

spelenderwijs

die baan en dat kind

dat haar opeist

en vrienden en familie

huisje tuintje vriendje kind

en dan krijgt ze complimenten

hoe geweldig hij haar vindt

het is gewoon het einde

zij met haar kind

en dan voel ze zich top

zij in haar job

en dan wordt ze weer zwanger

dat kan er nog wel bij

het maakt haar niet bang

het maakt haar blij

en gaat ze maar weer

aan het werk een keer

ze neemt opnieuw

haar positie

maar twee kinderen

zijn nefast

voor de goede conditie

ze zijn haar soms tot last

maar het lukt nog wel

haar vrienden

ziet ze nu wel minder

als ze er mee belt

dan vragen ze hoe het gaat

met die baan en die kinderen

en hoe zij er voor staat

en gelukkig vindt haar man

haar nog altijd het einde

maar ze denkt er het hare van

want hij zegt het niet

meer zo vaak

en dan zeg ze

tegen zichzelf

je bent de eerste niet

niet zeuren meid

met kinderen en een baan

en ze twijfelt eraan

of hij haar nog wel

het einde vindt

of er nog iets is

wat hem aan haar bindt

en of ze nog wel

vrienden overhoudt

en dan die ouders van haar

welbeschouwd

wat heeft ze daar nou aan

om nog maar te zwijgen van die baan

en dan worden de kinderen

toch al wat groter

en dan zou je toch denken

dat die koters

haar wat meer

rust zouden gunnen

maar lijkt of ze nog altijd

geen minuut zonder haar kunnen

 

EN DAN #2

en dan lacht het leven

niet meer zo licht

en dan lacht het leven

haar stevig uit

rond in haar gezicht

en dan gaat ze scheiden

haar eigen leven leiden

en haar ouders uit gaan leggen

dat niet getrouwd zijn

niet wil zeggen

dat je niet scheiden kan

en op het werk

zijn er dan

kapers op de kust

het is een veld vol mijnen

ze is zich ervan bewust

en ze gooit zich weer volop

op die behoorlijk kloterige job

en dan zeuren de kinderen

constant aan haar hoofd

en dan gaan ze

dat heeft ze beloofd

al een keer te laat naar bed

en dan gaan ze op voetbal

en dan gaan ze aan ballet

en de druk is zo groot

op die mooie baan

en dan komt die ex

de dwazenkloot

ook nog eens zeuren

staat hij voor de deur en

praten wil hij

onaangekondigd

met zijn nieuwe vriendin erbij

en dat is slikken

maar wat moet ze doen

ze zal zich maar schikken

en dan holt ze maar weer eens naar muziekles

en dan holt ze naar een feestje

op van de stress

en dan voel ze zich

schuldig

schuldig

schuldig tegenover de kinderen

tegenover de ex die zeurt

de ouders die haar niet begrijpen

terwijl ze naar haar rotjob scheurt

en dan de buurvrouw

die plots voor haar staat

en die vraagt

hoe het met haar gaat

dat ze er wat moe uitziet

“moetjes” zegt ze

ze gelooft het niet

vriendelijk hoor

maar die ondertoon

die heeft ze wel gehoord

en dan haat ze de buurvrouw

en dan haat ze haar ouders

en dan haat ze haar ex

en dan haat ze die trut

waar hij nu weer mee gaat

en zich nu ook al mama noemen laat

en dan holt ze maar weer eens naar het oudercontact

en dan neem ze

gepakt en gezakt

een keertje vakantie

wordt er gegarandeerd

eentje ziek

en dan naar de dokter in Spanje

en vroeger naar huis

en dan belt de baas

zeg kan je

nu je toch weer thuis bent

en dan denkt ze

dit is de laatste keer vent

dat ik zo’n dingen

op facebook heb geprent

en dan zoekt ze weer opvang voor de kinderen

en dan zitten die ouders van haar

uitgerekend nu

ergens aan de evenaar

wat zitten ze daar te doen

en dan zit hun vader

te herbronnen

in Kathmandu

met blijkbaar weer

een nieuwe vriendin

ze slikt nog een keer

blijft er bijna in

 

EN DAN #3

en by the way

ook dat hakt er in

die nieuwe vriendin

is echt aardig

en dan voelt ze

zich minderwaardig

en dan denkt ze

dan toch liever die kut

van een trut

die zichzelf mama liet noemen

nee ze gaat het niet verbloemen

daar kon ze hem beter om haten

waardoor ze hem nu nóg meer haat en

dan zoekt ze dus nog altijd opvang

en dan de buurvrouw

de gifslang

buurvrouwtje fatsoen

kan ik iets voor je doen

vraagt ze deze keer

en dan kan ze daar niet tegen

dat ze zo lief en aardig doet

elke dag weer

met haar schijnheilige snoet

dat mens is gestoord

en die ondertoon

die ze heel duidelijk hoort

kan ik iets voor je doen

ik vind dat je er zo “moetjes” uitziet

waardoor ze in een kolere schiet

en dan scheldt ze de buurvrouw verrot

en dan rent de buurvrouw kapot

en huilend haar huis weer in

en dan bedenkt ze net te laat

lompe boerin

je had de kinderen wel even bij haar kunnen parkeren

maar je moest ze zo nodig

een keertje bruuskeren

en dan denkt ze

OK

OK

je kan altijd terug

en dan holt ze naar de bloemenzaak vlug

en dan leg ze ‘t weer bij

dan is ‘t weer goedgemaakt

en de buurvrouw is blij

ze is echt lief en aardig

en dan drinken ze koffie

en de buurvrouw is ook vaardig

met de sterkere dranken

en dan zit ze daar urenlang

stevig bij te tanken

en dan drinkt ze natuurlijk teveel

en de volgende morgen

naar de apotheek

want haar kop trekt scheel

die moet ze verzorgen

en dan holt ze naar haar werk

en dan holt ze in de pauze naar de supermarkt

en dan holt ze terug naar haar werk

en dan belt ze tussendoor

ook nog voor

een afspraak

met de dokter

met de kapper

met de garage

met haar ouders

die vragen

ben je niet verlegen

we hebben al twee weken

geen bezoek meer van je gekregen

en terwijl haar weerstand breekt

haar hoofdpijn weer de kop op steekt

holt ze naar hot

en dan holt ze naar her

en dan holt ze dag in

en dan holt ze dag uit

en dan

op een dag

dan is ze op

haar kop

zit vol

ze piekert

zich suf

het stopt

maar niet

haar hart

haar hart

haar hart

is leeg

en dan

dan is ze uit-ge-hold

 

EN DAN #4

en dan

vraagt die ex

waarom ze

het zover

heeft

laten

komen

 

en dan

vragen

die ouders

hoe het

zover

kon

komen

 

en dan

zijn ze

op het werk

heel

erg

voor-

komend

 

en iedereen zegt

dat ze

het

aan

hadden

zien

komen

 

en bij de buurvrouw

krijgt ze

een

hartelijke

knuffel

en dat

ze altijd

langs mag

komen

 

en dan

ruimen

zomaar

ineens

die kinderen

van haar

hun

eigen

rotzooi

op

 

is

het

daar

uiteindelijk

toch

een

keer

van

gekomen

 

en

dan

gaat

ze

zitten

en dan

is alles

gedaan en

dan

komen

 

eindelijk

de tranen

 

EN DAN #5

en als ze dan

voor iedereen verschuild

na een tijd

is uitgehuild

dan kruipt ze weer

voorzichtig rechtop

als een kind dat leert

rechtop te lopen

in therapie

ontwart ze de knopen

in haar hoofd

ondersteund door pillen

nog half verdoofd

van eigen wil en

daadkracht beroofd

in diepgaande gesprekken

legt ze haar ziele bloot

kruipt door het stof

kan niet meer doen alsof

gaat emotioneel

weer in het rood

maar ze heeft iets bijgeleerd

rood staat voor stop

sta even stil

het tij is gekeerd

het is haar eigen wil

die nu het tempo dicteert

ze doorloopt een proces

van opstaan en vallen

maar ze laat haar succes

niet langer vergallen

door zelfverzonnen spoken

het duurt een tijd

voor ze zichzelf

heeft vrijgesproken

van dwangarbeid

zich heeft bevrijd

van de slopende strijd

tegen haar beminden

die haar alleen maar omringden

de hele tijd

met goede bedoelingen

en veel respijt

ze staakt nu het gevecht

dat veel te lang duurde

dat nooit werd beslecht

en haar de afgrond in stuurde

ze leeft nu in rust

in vrede met haar eigen ik

zelfbewust

en met fatsoen

zonder heilige schrik

om niet te voldoen

aan het perfecte beeld

waarmee ze zichzelf

had bedeeld

meestal gaat het goed

en loopt het ook lekker

maar dan

kruipt het bloed

waar het niet gane kan

en dan krijgt ze de stekker

niet meer uit getrokken

is ze toch weer vertrokken

wint weer het kwaad

weet ze even niet meer

waar het over gaat

loopt ze in haar oude draf

rent ze de hele berg

in een rotvaart weer af

is ze weer de dwerg

die dwars door het vuur

zich te pletter loopt

voor de zoveelste keer

tegen dezelfde muur

 

TWAALF JAAR

ik was twaalf jaar

en zij was achttien

een meisje als zij

had ik

nooit gezien

die ogen

die lippen

dat lijf

en dat haar

het was

zonneklaar

die borsten

die billen

dat ik nooit

meer iets

anders

zou willen

dan haar

maar

zij was achttien

en ik pas

twaalf jaar

 

toen was ik

achttien jaar

en zij was

getrouwd

ze zag me

niet staan

maar

ze liet me

niet koud

met haar

stralende ogen

haar zalige lach

ik ging

nog altijd

voor haar

overstag

tegen haar

zwangere buik

had ik ook

geen bezwaar

maar

zij was getrouwd

en ik

achttien jaar

 

nu ben ik

vier maal twaalf

zij drie keer achttien

ik heb haar

al jaren

niet meer gezien

maar ik

blijf op

haar wachten

nog vier keer

twaalf jaar

mijn liefde

voor haar

is nog steeds

even groot

maar dan ben ik

wel bijna

honderd

en zij

misschien wel

al dood

 

VAKANTIE

gordels vast

klik

ook achterin

valiezen in

de dakkoffer

fietsen op

de trekhaak

stevig vast

spanbanden

bandenspanning

groot onderhoud

volle tank

alles loopt gesmeerd

alleen wat

overladen

 

muziekje

opwinding

achterin

kussentjes op

de achterbank

dvd-spelers aan

de hoofdsteun

met riempjes

vast gesnoerd

mond dicht

batterij opladen

dik verdiend

alles loopt gesmeerd

alleen een beetje

overladen

 

racen naar

het zuiden

vooraan

blik op

de route du soleil

airco aan

volle maan

de gps doet

rare dingen

ergens ligt

nog een kaart

denk ik

alles loopt gesmeerd

we zijn wel wat

overladen

 

vakantie

remmen los

zorgeloos

moedeloos

blijven rijden

uren tellen

de radio

spreekt frans

de gps zegt

keer om

nu het nog kan

maar

het loopt gesmeerd

we zijn maar een beetje

overladen

 

péage

familiebanden

achterin

onder spanning

de film is uit

er komen

woorden

even sussen

brandje blussen

ontsnappen

kost tol

cash betaald

net liep het nog gesmeerd

wat zijn we

overladen

 

lege tank

moe

voorin

bobijntje af

nog een uur

verkeerd gereden

stomme gps

de kaart

ondersteboven

de kaart ondersteboven?

hoe kan die rotkaart nu in godsnaam ondersteboven - doe je het erom misschien - het is toch elke keer hetzelfde liedje - voor één keer één keer dat ik iets van je vraag ...

het is niet erg

het loopt gesmeerd

ik ben alleen wat

opgelaten

 

op tijd

aangekomen

achterin

uitgelaten

op tijd bevrijd

de druk

van de ketel

‘t doel gehaald

haal jij

de koffers

van het dak

kus kus we zijn er

alles loopt gesmeerd

alleen nog wat

uit te laden

 

zalig

nietsdoen

niet vergeten

strandstoel reserveren

handdoekje leggen

niemand zeggen

de wekker weer

op half zeven

zoals altijd

maar anders

dit is genieten

ja toch

alles loopt gesmeerd

al een pak minder

overladen

 

de rust

broodnodig

in het hotel

een disco

subtiel gedreun

halve nachten

aan het zwembad

moe getreiterd

zonder zonnecrème

liggen slapen

rood verbrand

doffe ellende

niets loopt gesmeerd

en we waren al

zo overladen

 

en dan

terug

achterin stilte

na de storm

radiator

in het rood

batterij leeg

uitlaatknallen

versleten banden

het gezinsvehikel

naar huis gesleept

nochtans

liep alles gesmeerd

alleen een beetje

overladen

 

JONG

in onze tijd was het donker

veel lichter dan de dag

onze zware voeten

vernielden de heilige huizen

waarin we waren grootgebracht

wij – vlinders van de nacht

 

vóór ons was er niets

dan wat gefriemel

de kantlijn van een kladschrift

verscheurd en versnipperd

door een raad van dwazen ontbonden

wij, wij hebben onszelf uitgevonden

 

we reden met de wind op kop

dwars was onze richting

we lachten en we dansten

en we pisten op het graf van brel

en brel was onze god

god brandde in de hel

 

wij uilen van de nacht

wij wisten alles

en we wisten alles uit

onze schoenen

trapten wild en bezopen

oude open deuren open

 

nu liggen mijn vaders woorden

op mijn eigen lippen

onze dochters en onze zonen

spreken onze oude taal

de nieuwe gouden lichting

fris van ideaal, evenveel kabaal

 

we geven onze codex door

lopen slechts honderd meter

de eeuwige estafette

die je niet kan winnen

we draaien in cirkels

gedoemd tot eeuwig herbeginnen

 

er zijn nog zekerheden

alles verdwijnt uit het schap

als de vervaldag is verstreken

we gaan allemaal naar de kloten

en er zal worden gedanst

op het graf van onze goden

 

SPRINGEN

hij vond haar in de lente

ze huppelde

in het frisse groen

versperde stout zijn pad

vroeg of hij mee wou doen

 

ongecompliceerd

open en bloot

lachte ze charmant

gaf haar lippen, stal zijn hart

en pakte zijn hand

 

ze zei “kom met mij”

en hij kwam

een hoofdstuk begon

in het gras hun oude kleren

samen springen naar de zon

 

hij was imponerend

onbesuisd en overmoedig

betastte grenzen, zocht gevaar

tot heerlijke hoogten

vloog hij met haar

 

steeds dichter bij het licht

een wilde dans vooruit

lijf aan lijf en mond op mond

losgeslagen lichaamsdelen

hun voeten raakten geen grond

 

hun vluchten almaar langer

samen één

één vogel waren zij

het heelal lag aan hun voeten

en de zomer was nabij

 

kinderen van de wind

baden in het licht

de zin van het leven

is het noodlot tarten

samen voortgedreven

 

steeds dichter bij de zon

het vuur niet kunnen missen

smakten ze rillend neer

het werd een koude zomer

keer op keer vertrokken ze weer

 

ze hulden zich tegendraads

hun nieuwe uniformen

van versleten zwart

verhulden kleine wonden

steken in het hart

 

siamese skeletten

zag je hem, zag je haar

altijd op weg, altijd op jacht

nooit rustende zielen

vleermuizen bij nacht

 

in die dimensie

in die atmosfeer

hoog in de lucht

hebben hun handen losgelaten

in de laatste vlucht

 

hij die eenzaam ontwaakt

met gebroken vleugels

strompelt door het pand

zweet op het rillend lijf

zoekend naar haar hand

 

stilleven met gillette

bloed op witte tegels

hij registreert verdoofd

een roze wolk in bad

een tatoeage in zijn hoofd

 

haar hand in de zijne

koud kouder koudst

een uitgedoofde orkaan

een knal een kortsluiting

het licht uitgegaan

 

het is goed afgelopen

hij heeft het overleefd

geluk bij het landen

geluk aan een zijden draadje

hij is in goede handen

 

bewaking dag en nacht

witte fladderende jassen

de wereld buitengesloten

vliegen achter dikke deuren

is ten strengste verboden

 

het geluk aan zijn zij

heeft hem verlaten

hij zoekt de bloemenwei

waar ze voor hem stond

naakt en vrank en vrij

 

het roze badschuim in zijn hoofd

verdriet zonder verdoving

minuut na minuut, uur na uur

zijn kop op barsten

zijn kop tegen de muur

 

hij zoekt haar in de zon

in de hogere sferen

kiezelstenen naar het verleden

ze staat te wuiven in het gras

hij stort zich naar beneden

 

OUDJE

daar ga je

met je kale kop

vol valse tanden

gezicht vol groeven

gevlekte handen

je wandelstok

je schuivende voeten

de rug gebogen

het hoofd

staat helder

maar niet meer rechtop

je kookt nog steeds

je eigen potje

alles in één pan

het bederft sneller

dan je ‘t op krijgen kan

de wereld is

steeds kleiner geworden

de auto verkocht

de fiets weggeschonken

het bed naar beneden

het zicht achteruit

de botten poreus

het evenwicht zoek

de nachten korter

slapen overdag

een meisje komt poetsen

een vrolijk ding

dat altijd lacht

jij oud geworden

een hulpeloos kind

een knorpot

een zeurkous

en vies bovendien

nooit gedacht

dat het zover

zou komen

dagenlang

dezelfde kleren

vroeger zo fier

vandaag te trots

om toe te geven

dat het water

in de badkuip

te diep

is geworden

de kinderen spelen

verstoppertje

wie niet weg is

is gezien

jij zit er niet mee

wie niet gezien

wil worden

blijft maar weg

je zoekt niet meer

ik zal niemand

hoor je

niemand

tot last zijn

het lukt nog aardig

het gaat nog best

voetje voor voetje

stap per stap

achteruit

dat wel

maar

je mag niet klagen

dat zal je

nooit doen

wat zou je

je gaat nog uit

jaja

haha

elke maand

villa avondrust

in het cafetaria

klingelende kopjes

geroezemoes

schuivende voeten

gebogen ruggen

verwarde hoofden

aan je tafel

een plant

in een rolstoel

aan de

gerimpelde hand

een ring

dezelfde als jij

je zegt

ja ja

je zegt

weet je nog

dat wij

toen die keer

het was het jaar

welk jaar

was dat ook weer

je praat over koetjes

en over thuis

de kinderen

alsof ze

er altijd zijn

zich niet verstoppen

over vroeger

daar leef je

van op en

je praat

een uur vol

voor een keer

niet tegen jezelf

en bovendien

plantjes

gedijen beter

als je ze aandacht geeft

je gelooft

het maar half

maar voor alle zekerheid

je weet maar nooit

praten is goed

voor hem

en voor haar

deze plant

is ontworteld

ten dode opgeschreven

ze draait zich

naar het licht

jij bent er niet

je bent leeg

tot volgende maand

dan maar

de plant staart

naar buiten

je weggaan

gaat eraan voorbij

een kus

hoeft niet meer

je zegt

ik zet je aan het raam

is dat goed

liefje

de plant kijkt

nergens van op

ze ziet je niet gaan

met je kale kop

vol valse tanden

gezicht vol groeven

gevlekte handen

je wandelstok

je schuivende voeten

de rug gebogen

het hoofd

vol muizenissen

je mag niet klagen

het lukt nog aardig

het gaat nog best

voetje voor voetje

stap per stap

 

KOFFIE

koffie bij 't ontbijt

alles van de beste bakker

zondagse gezelligheid

tafeltje perfect geschikt

kleedje wit gesteven

eenieder is jaloers

op hun fijne leven

 

koffie, een kopje voor elk

voor haar met suiker

voor hem met melk

zij noemt hem papa

hij noemt haar moe

kinderen zijn er niet

maar dat doet er niet toe

 

koffie - koffie voor twee

't is altijd lente

in huisje weltevree

door de grote vensterramen

zachte stralen schone schijn

een gouden randje

aan het vredig samenzijn

 

koffie puur en koffie sterk

hier gebruikt men enkel

het betere merk

ze kennen hun wereld

gaan voor kwaliteit

ze hebben budget

voor een kop schijnheiligheid

 

koffietas, koffiekan

scherven brengen geluk

maar je wordt er zo triestig van

hier wordt niets gebroken

we zijn voorzichtig nietwaar

breed lachende foto's

staan te liegen op ‘t dressoir

 

koffie straight, koffie verkeerd

geloven in een leugen

dat hebben ze geleerd

ze hebben ervoor gekozen

want het zijn naïevelingen

die niet het fortuin

maar de liefde bezingen

 

of liever koffie zwart

ze leven samen

maar toch apart

de kan vertoont barsten

maar ze valt niet uiteen

ze sleuren ze samen

door het leven heen

 

is er nog koffie? de koffie is op

leven in een gouden kooi

leven in het slop

ze praten behoedzaam

in nietszeggende woorden

geheel volgens de etiquette

langzaam elkander vermoorden

 

TANTE MARGRIET

mijn oude tante margriet

die vergeet mijn verjaardag niet

ik krijg ieder jaartje

een oubollig kaartje

 

't is het gebaar dat telt

niet het cadeau of geld

maar dat ze even aan me denkt

me wat lieve woorden schenkt

 

nee mijn tante margriet

die vergeet zo'n dingen niet

jij doet daar niet aan mee

je komt niet eens op het idee

 

ik had het moeten weten

zoveel jaar geleden

toen ik voor het eerst je moeder zag

wat er in het vooruitzicht lag

 

wat je onmiddellijk ziet

zei mijn tante margriet

dat een dochter op haar moeder lijkt

't is beter dat je twee keer kijkt

 

kom later niet klagen

dat je haar niet kan verdragen

je bent er ingelopen

en je zal het bekopen

 

mijn oude tante margriet

die is zo gek nog niet

ze heeft het allemaal voorzien

jij was toen pas zeventien

 

je waait mee met elke wind

en wat ik ook zo ergerlijk vind

is je grote mond

je bemoeienissen ongegrond

 

je bent lomp en niet attent

een viswijf met een keurige vent

het gat in je hand zo groot

aan werken een broertje dood

 

het zijn woelige baren

waar we al jaren op varen

menig verbaal gevecht

met het servies beslecht

 

je hebt je gebreken

zo is wel gebleken

ik had er goed aan gedaan

niet met je mee te gaan

 

maar tussen de lakens, ‘t staat buiten kijf

ben je een geweldig wijf

wild en losgeslagen

daarover niks te klagen

 

in ons bed

is het alle dagen pret

maar dat weet ze niet

die oude tante margriet

 

mijn oude tante margriet

die vergeet mijn verjaardag niet

en jij doet dat wel

jij smerige maar heerlijke del

 

BLIJVEN

zal ik blijven

in dit huis

dat we al jaren

nog amper verwarmen

 

zal ik weggaan

uit deze ruimte

die bestaat uit vier

kil klinkende muren

 

wat bindt me

aan deze plek

zijn het alleen maar

onze vervlogen zomers

 

moet ik blijven

we bedriegen elkaar

we hullen onze woonst

in dichte mist

 

waarom blijf ik

in dit krot

dat alleen nog op

de afbraak wacht

 

de beste keuze

de korte pijn

is gewoon de onderste

steen weg nemen

 

maar ik blijf

want het huis

heeft een tuin met

bloemen die bloeien

 

JOM KIPPOER

(vertaling van een oud jiddisch gedicht)

 

op rosh hashanah

wordt het boek

geschreven

op jom kippoer

ligt alles vast

voorgoed verzegeld

wie zal sterven

en wie geboren

wie op zijn uur

en wie ervoren

wie door water

wie door vuur

wie door zwaarden

wie uiteen gereten

wie van dorst

of bij gebrek aan eten

wie door een gril

van het klimaat

en wie door pest

het leven laat

wie gestenigd

wie gehangen

wie krijgt rust

wie zal naar

rust verlangen

wie is veilig

wie in nood

wie vindt warmte

wie gaat

aan kilte dood

wie wordt rijk

wie zal ‘t slecht vergaan

wie zal vallen

en wie weer staan

wie terugkeert

naar het geloof

wie onderhoudt

zijn gebeden

die wordt kwijtgescholden

die zal leven

in vrede

 

ZELFMOORD

wat een goede grap

perfect voorbereid

ik ben erin gelopen

om de tuin geleid

 

het is altijd lachen

je bent zo origineel

ik heb me in je buurt

nog nooit verveeld

 

een geniaal plan

zeer goed bedacht

die verrassende wending

dat einde zo onverwacht

 

heb je gelachen

in je eenzame vuistje

toen je besliste dat je

er vanonder muisde

 

je bent gewoon gegaan

als een dief ontkomen

me een allerlaatste keer

bij de neus genomen

 

vind je nu echt

dat je me zo moest raken

je kan de pot op

‘k heb niets meer met je te maken

 

zomaar in je eentje

je eigen hoofdrol spelen

in je eigen drama

voor je eigen ego

 

en ik zou je nog bellen

dat had ik beloofd

kon je niet wachten

heb je me niet geloofd

 

ik neem nog maar een keer

alles op mij

ik zou contact met jou nemen

en niet jij met mij

 

ok het was lang geleden

maar de tijd gaat zo snel

het is altijd druk hier

dat begrijp je toch wel

 

dus dit is het einde

dit is definitief

dit is jouw vaarwel

een stomme afscheidsbrief

 

ik leef gewoon verder

daar kan ik niet aan ontsnappen

terwijl jij eeuwige grapjas

beslist eruit te stappen

 

‘k ben kwaad inderdaad

het vertrouwen is geschonden

ik wil je niet eens meer zien

het genootschap is ontbonden

 

en ja ik mis je nu meer

dan de tien voorbije jaren

de jaren van stilte

die ik zelf bewaarde

 

WOORDEN

in gestolen uren roep ik ze aan

ze wenken mij

kom, kom erin

tikken tegen hun vensters

bieden zich aan

ik mag ze bezitten

bij ze naar binnen gaan

 

ze zijn donker, zwaar en zwoel

blank en koel

schijnbaar onschuldig

plat en gemeen

geraffineerd mysterieus

gratemager of dik

elegant gracieus

 

ze likken aan mijn tenen

we spelen het spel

ze kronkelen omhoog

schurken tegen me aan

ik geniet, ze doen het goed

ze zijn zo kinky

ze zijn zo zoet

 

hun smaak in mijn mond

hun zout op mijn huid

hun duivelse geuren

diep in mij

ze dringen bij me binnen

ik ben gedoemd

tot eeuwig opnieuw beginnen

 

ze zijn mijn dagelijks brood,

mijn bijbel, puur literatuur,

mijn lied, m’n telefoonboek desnoods

een handleiding, een liefdesverhaal

de zwoele, koele, opwindende woorden

ze nemen me keer op keer

en helemaal

 

HIJ & ZIJ

we komen er wel uit

zei hij

als het uit is

is het voorbij zei zij

 

hey hey

zei hij

ik wil je niet kwijt

hoe kom je erbij

 

wat ben ik blij zei zij

jij blijft bij mij

je neemt er alleen

een ander meisje bij

 

dat is chagrijnig

antwoordde hij

je weet best dat zij

niet belangrijk is voor mij

 

wat jij

zei zij

je vindt het toch fijn

ze hoort er blijkbaar wél bij

 

ik geef toe zei hij

het is wel fijn

met dat andere meisje

er als toetje bij

 

fijn zei zij

je mag haar hebben van mij

maar dan helemaal

en niet “erbij”

 

hoeft niet zei hij

we komen er wel uit

het zal wennen

geloof me vrij

 

luister zei zij

ik bén er al uit

jij bent vrij

maar zonder mij

 

DATE


zo 
dat ging goed
niet te weerstaan
leuk profieltje
spontaan
komaan

zo
ben je
zeker weten
ik durf bijna niet
met je daten
weetje

zo
ik ben er 
helemaal klaar
iets te vroeg
dat is waar
maar

zo
ben ik
nu eenmaal
punctueel
stipt en loyaal
banaal

zo
ben ik
ook wel wat
een grijze muis
onbeschreven blad
deurmat

zo
waar ben je
je hebt nog
vijf minuten
je komt toch
nog

zo 
ik geef je
nog wat respijt
nog drie minuten
blessuretijd
schoonheid

zo
ik heb het
helemaal gehad
ik sta hier
jij stuurt je kat
schat

zo
nu bel je
je bent te laat
nee hoor
ik ben niet kwaad
ik haat

zo 
mezelf
die naïviteit
die verdomde
goedgelovigheid
altijd

zo 
nu ben je
ontvriend
dat zal je leren
geen zin dat je grient
dik verdiend

zo 
nu zit ik
weer uren
blind te zoeken
profielen turen
foto’s gluren

zo 
ik heb
een nieuwe date
ik zal er zijn
als je ‘t maar weet
scheet

zo
ik ben er 
helemaal klaar
iets te vroeg
dat is waar
maar

zo
ben ik
nu eenmaal
punctueel
stipt en loyaal
banaal

 

DE KONING


hij was de koning
van het land van melk en honing
hij was wijs en aardig
echt een koning waardig
en rijk, ‘t is niet te schatten
het is bijna niet te vatten
en bovendien een mooie vent
dat was alom gekend
geen ander vorst was knapper
elke week naar de kapper
die verfde clooney-gewijs
zijn mooie haren grijs
ja, een beetje ijdel was hij wel
en ook nog altijd vrijgezel
in de gespecialiseerde bladen
werd al jarenlang geraden
naar wie zou trouwen met de koning
van het land van melk en honing

 

de koning spendeerde gul
zijn vele geld aan nutteloos spul
zeven keer per jaar op reis
naar een of ander paradijs
een exotisch gouden strand
of eens vakantie in eigen land
maar dat kwam niet zó vaak voor
dat had u vast wel al door
verder had hij in zijn bezit
een volkomen gaaf gebit
een prachtig sprookjespaleis
een rare ijzeren toren in parijs
de modernste snufjes uit zijn tijd
een vliegend smyrnatapijt
rond zijn veertigste gekocht
waar hij niet eens mee vliegen mocht
en tal van andere zaken die
het goed deden in het koningencircuit

in de hogere kringen
van koningen en koninginnen
was zijn status wat speciaal
de ene noemde hem geniaal
maar er waren er ook een paar
die vonden hem een beetje raar
met zijn excentrieke stoten
zijn belachelijke exploten
en vooral, je kon er niet omheen
de koning was nog steeds alleen
een paar meisjes hebben ooit
een voorzichtig visje uitgegooid
een charme-offensief gelanceerd
maar de vorst was niet geïnteresseerd 
het gebrek aan een relatie
deed geen goed aan de reputatie
van de overigens bijzonder aardige koning
van het land van melk en honing

ongerust over zijn goede naam
is hij op een dag vroeg opgestaan
de koning maakte zich zorgen
en om vijf uur in de morgen
vertrok hij naar een onbekend oord
gepakt en gezakt en gezeten aan boord
van zijn allernieuwste speeltje
een klein sportief luchtkasteeltje
lange tijd werd van hem niets vernomen
het leek of hij nooit terug zou komen
in grote chaos verviel het land
totale ontreddering riep de krant
waardoor het geld devalueerde
en het nationale team niet meer presteerde
volgens de regering van lopende zaken
was er van een politieke crisis sprake
zij gaf een flinke beloning
aan de vinder van de koning

ondertussen zwierf de koning
van het land van melk en honing
de hele wijde wereld rond
hij zou niet rusten voor hij vond
een partner aan zijn zijde
om het land uit de depressie te leiden
hij bezocht alle koninkrijken
in elke republiek ging hij kijken
telkens vertrok hij onverrichter zake
een martelgang om aan een lief geraken
dagen werden weken werden maanden
waarin men hem verdwenen waande
maar toen hij eindelijk huiswaarts keerde
de nieuwsgierige blikken trotseerde
en op het koninklijk balkon verscheen
toen stond hij daar niet alleen
de koning sprak en zei kijk
met deze prins ben ik de koning te rijk

het werd stil op de esplanade
dat kan je wel raden
de koning kwam uit de kast
hij pakte zijn prins heel stevig vast
een weg terug was er niet meer
gedane zaken nemen geen keer
de smoorverliefde koning 
van het land van melk en honing 
keek hem smachtend aan
de man waarmee hij voortaan 
het koningsbed zou delen
hij begon de prins z’n hand te strelen
hij bloosde een beetje
en de koning dacht jeetje
het is misschien wel het moment
en toen vroeg hij aan zijn vent
met de schoenen vol met lood
of hij wou worden zijn echtgenoot

de spanning was te snijden
toe verlos me uit mijn lijden
dacht de verliefde koning
van het land van melk en honing
de prins sprak voor de eerste maal
sinds zijn verschijnen in dit verhaal
hij zei slechts enkele woorden
maar geen mens die het hoorde
daar op het balkon van het kasteel
er zat een krop in zijn keel
het werd nu nog een beetje stiller
't kreeg de allure van een thriller
men haalde de prins een glaasje water
en enkele minuten later
zei hij nai, en hai, en bai, en da
en in nog andere zeven talen zei hij “ja”
toen kusten ze teder en fijn
hij noemde de koning duifje, de koning noemde hem konijn

koning duifje en prins konijn
waren de massa op het plein
een beetje uit het oog verloren
door het hele aanzoek en toebehoren
maar nu wuifden ze naar beneden
dat is normaal bij zo'n gelegenheden
ze bloosden er wat verlegen bij
het was onwennig voor allebei
wat waren ze gelukkig, wat was dat fijn
maar plots broeide er wat op het paradeplein
wat volgde was een verrassend ding
het volk dat aan het juichen ging
een gigantisch feest dat spontaan ontstond
en dat beeld ging de hele wereld rond
daar kwamen felicitaties van 
van poetin en obama en van erdogan
voor prins konijn en duifje de koning
van het land van melk en honing

 

IK DRINK


ik drink
op de gezondheid
van de mens
die mijn glas betaalt
om niet alleen 
te moeten drinken

ik klink
op de gezondheid
van iedereen
die het niets kan schelen
hoe diep ik nog
ga zinken

ik vink
de mensen af
die rondjes geven
om er zelf een te geven
voor mijn beurt
en voor mijn reputatie

ik verzink
in hersenspinsels
die ik net
wil verdrinken
dus ik
ik drink

ik klink
en ik klink
en ik drink
drink drink
tot de lamp uit gaat
en het licht weer aan

ik zink
in een sneeuwdiepe kuil
ze vragen de morgen 
ik geef hem in ruil
als de rook 
om mijn hoofd is verdwenen

ik stink
in mijn nest
vreemde dromen
geen kat die nog weet 
hoe ik hier
terecht ben gekomen

ik verdrink
mijn kater
in koffie-cognac
hij kikkert weer op
en kwaakt 
uit mijn kop

ik, flink
weer op dreef
ik hoef niets te eten
als ik maar iets heb
en ik moet nu iets hebben
ik moet vergeten

en ik drink
alweer
op jouw gezondheid
omdat je mijn glas betaalt
zodat ik niet alleen 
hoef te drinken

 

EEN KIND IS GEBOREN

een kind is geboren

Al Hamdoullah! Hoera!

een kind is geboren

Hallelujah! Jihaa!

 

de ogen gaan open

na de eerste kreten

een kind van de hoop en

het weet nog niet beter

 

ons kind! ons kind!

we gaan het alles geven

en het zal worden bemind

het wacht een zalig leven

 

van feesten en rouwen

vieren en treuren

scheiden en trouwen

van lachen en zeuren

 

we plannen we bouwen

en we breken weer op

met hebben en houwen

en halsoverkop

 

ons kind wordt nooit

uit het oog verloren

de plannen ontplooid

iedereen moet het horen

 

een kind is geboren

Hallelujah! Hoezee!

met poten en oren

en alles zit mee

 

het erft onze genen

geluk heeft dat kind

een kop, goede benen

en een gunstige wind

 

het heeft alles mee

het loopt in ons sporen

onze eigen trofee

zal allen bekoren

 

dat kind is bijzonder

de lat hoog gelegd

het kind kraakt er onder

maar ‘t heeft nooit iets gezegd

 

een kind is geboren

Al Hamdoullah! Jahoe!

een kind loopt verloren

en we juichen het toe

 

een kind is geboren

Hallelujah Hihaa!

een koningskind geboren

hoera! hoera! hoera!

 

PLAGIAAT


mijn handen
mijn oren
mijn vel
en mijn tenen

mijn tere knieën
mijn zwakke rug
mijn dikke enkels
mijn cowboy-benen

de structuur van mijn botten
de kleur van mijn ogen 
de vorm van mijn neus
de vlek op mijn dij

mijn ijzeren maag 
mijn arendsoog
mijn tanden met 
die ene kies uit de rij

mijn liefde 
voor muziek
en vooral voor woorden
die uit de hand gelopen is

mijn selectief geheugen
mijn zelfdestructie
mijn slaaptekort
en mijn ergernis

mijn verlegenheid
mijn arrogantie
mijn talenten
mijn gekrakeel

mijn voorkeur
voor zoet
voor vet
en voor veel

mijn impulsiviteit 
mijn niet weten wat ik wil
mijn geknoei met relaties
mijn eeuwige gezwicht

mijn eigendunk
mijn zelfbeeld
mijn karakter
mijn wankel evenwicht 

mijn uiterlijke rust
mijn gepieker
mijn binnenvetterij
mijn uitbarstingen

mijn verstrooidheid
mijn gedroom
mijn afwezigheid
en nog veel rare dingen

de dwarse blik
waarmee ik naar de wereld kijk

mijn voorbarige conclusies
mijn eigen groot gelijk

mijn gat in mijn hand
mijn klein hart
mijn gekrulde tenen
mijn verkeerd been

geen kenmerk
geen eigenschap
geen voorkeur
nul, zero, geeneen

niets heb ik uitgevonden
niets zelf gemaakt
niets waar ik ook maar 
enige aanspraak op maak

alles heb ik gekregen
al het voorgaande en meer
alles gered van het stort

alles gerecycleerd

uit tweedehands onderdelen
geassembleerd
uit eeuwenoude bloedlijnen
gedistilleerd

wat voor u staat
is niets dan plagiaat
van een origineel 
dat niet eens bestaat

maar 
bent u beter?
geen haar!