Regen

We keken naar een film over een seriemoordenaar zonder lichaamsgeur. Tine bloosde lichtjes en ze glimlachte alsof ze verlegen was. Ik fluisterde haar toe dat zij precies het tegengestelde was van de man in de film. Haar gezicht evolueerde naar onbegrijpend licht blozend glimlachen. Ik legde uit dat zij geen man was en ook geen seriemoordenaar, en dat het personage in de film géén lichaamsgeur had. Haar blik evolueerde naar licht ontredderd, terwijl ze nog steeds blozend glimlachte alsof ze verlegen was. Ik haastte me te zeggen dat ik vond dat zij lekker rook, naar vochtige bosgrond. Dat was niet gelogen. De combinatie van haar heerlijke bosgeur, haar onbegrijpende blik, en dat licht blozend glimlachen alsof ze verlegen was, maakte mij compleet weerloos. Ik vroeg haar welk parfum zij gebruikte. Haar blik evolueerde naar verontwaardigd. Ze droeg nooit parfum of deodorant. Op de radiator in mijn keuken ligt een paar wollen handschoenen dat ik daar doorweekt heb neergelegd na een regenbui, twee winters geleden. Er gebeurt niet veel meer in mijn leven. Ik vraag me af waar Tine gebleven is. Of ze dertig jaar later nog steeds die geur heeft. Het regent alleen nog als ik niet naar buiten ga.

47 keer bekeken
Archief

© 2018-2020 Udo Meiresonne