Buurman 5

Wat ik allemaal weet over mijn buurman. Zijn auto is zes jaar oud, maar ziet eruit alsof hij gisteren nog in de showroom stond. In de garage van de buurman staat één auto. Er is plaats voor vier. De auto staat op de mat, om de vloer niet te beschadigen. Is de auto nat, wordt hij eerst gezeemd. De garage doet tevens dienst als bijkeuken. Daar kookt buurman. Zo gaat de echte keuken langer mee. Er staat een aftandse koelkast, een keukentafeltje, twee stoelen, een gerecupereerde wasbak, een oud fornuis, een kast met het doordeweekse servies, een tweepersoonsbank. En een curverbox. Voor het speelgoed van het dochtertje dat hier soms logeert in het weekend. Het kind speelt op een mat. Een andere.

My girl

In mijn tienerjaren hadden we t-dansants. TD’s. Fuiven waar de lokale dorpsjeugd zichzelf drankmisbruik en ander grensoverschrijdend gedrag aanleerde. Volwassenen niet toegelaten. Een TD was pas geslaagd als de plaatselijke brommerbende de boel kort en klein was komen slaan. Waarna het gespuis het hazenpad koos richting naburige parochie, om een rivaliserende bende in elkaar te timmeren. Op hun eigen feestje. Dat was een mooie traditie, die volkomen teloor is gegaan. Omdat we ze ontgroeid zijn. Daarna kochten we auto’s, en reden op zomerdagen richting kust, waar we bij valavond in de duinen anatomisch onderzoek verrichtten bij de andere sekse en daarna luid brallend tussen de achtergelaten t

Sven

De Zweedse Ingrid was helemaal het type waarvoor de Vlerk elke keer viel: klein, superslank, kort haar en nauwelijks borsten. Un garçon manqué. Ze werd de vrouw van zijn leven, maar helaas niet daarom. Wel omwille van Sven. Precies dezelfde reden waarom de vader van Sven haar gedumpt had. Ingrid heeft het zaakje nooit echt vertrouwd. En de Vlerk gaf dat kind alle liefde die hij al snel niet meer kon opbrengen voor Ingrid zelf. Hendrik leerde Sven zichzelf voor te stellen als het symbool van Down. Op feestjes zongen ze samen: The only way is up. Iedereen vond het geweldig. Ze waren twee handen op een buik. Ondertussen kwijnde Ingrid weg. En niemand ook die zag dat Hendriks vrolijkheid alleen

Westkust blues

De Vlerk was dol op de Noordzee. Elk jaar troonde hij me mee naar onze zogenaamde Westkust. Ik liet me meetronen. Joost weet waarom. Ik hou nochtans oprecht van de zee. De zee, waar wij ooit uit kwamen gekropen. De baarmoeder van alle leven op aarde. Respect voor de zee. BFF, forever. Ook stranden zijn best cool. Zolang de mensen rond mij een perimeter van 150 meter respecteren. En hun kleren aanhouden. Nee, het probleem is de zeedijk. Dijken zorgen ervoor dat we niet met zijn allen kopje onder gaan. Dat is een flinke opdracht. Maar dat besef is een beetje weggedeemsterd. De zeedijk lijkt wel de vismarkt in de tijd toen de Katholieken op vrijdag nog geen vlees mochten eten. Een massa flaneer

Archief

© 2018-2020 Udo Meiresonne