Zeep

We waren nog verliefd aan het worden. Ik kwam voor de tweede keer bij Merel thuis, en zag onmiddellijk dat ze een nieuwe zetel had. In die tijd merkte ik dat soort dingen nog op. De nieuwe zetel was wijnrood. Merel zei dat wijnrood mijn lievelingskleur was. Dat was een grapje. Merel maakte toen nog grapjes. Een week eerder was ik voor het eerst in haar huis geweest. Op dat moment had ze nog een witte zetel. Ik morste er prompt een half glas rode wijn in. Merel zei dat het helemaal niet erg was. Merel vond niets erg, in het begin. Ik verzekerde haar dat zoiets mij nog nooit was overkomen. Dat was mijn eerste leugen. En dat het ook nooit meer zou gebeuren. Wat een bijzonder foute inschatting is gebleken. Maar toen geloofde ik het zelf. Merel zei dat ze die vlek er zó uit zou krijgen. Daar twijfelde ik niet aan. Voor iemand als Merel was zo’n wijnvlek natuurlijk een fluitje van een cent. We vergisten ons allebei. Merel zei dat ze sowieso aan een nieuwe zetel toe was. Ook dat was niet waar. Toch leek het een mooie start. Terwijl het eigenlijk al om zeep was.


50 keer bekeken
Archief