Aan en uit

Het was tien jaar geleden dat ik Hendrik Vlerick gezien had. Nee, langer. Tien jaar ervoor hadden we nog een keer gebeld. Hij naar mij. Omdat hij ging trouwen. Om mij uit te nodigen voor het feest. Maar ik kon niet. Ik kon wel, maar ik heb een uitvlucht verzonnen, omdat we elkaar ook toen al uit het oog verloren waren. We gingen nog eens afspreken. Het is er niet meer van gekomen. Dat was geen slechte wil. De tijd vliegt. Ik wilde niet weten hoe hij het gedaan had. Ik wist waarom. Hoewel ik hem tien jaar niet gesproken had, durfde ik er een miljoen op inzetten dat hij nog altijd met dezelfde duivels vocht. Zijn zus zei dat het nochtans goed met hem ging, de laatste tijd. Het ging altijd goed met hem. Altijd feest, met de Vlerk. Altijd volle bak. Alles of niets. De Vlerk leefde zoals hij met de auto reed. Alsof er op zijn gaspedaal maar twee standen stonden. ON en OFF. Ofwel duwde hij het gas helemaal in, ofwel stond hij vol op de rem. Zo reed Hendrik met de auto. En zo leefde hij ook. Daar moesten vroeg of laat ongelukken van komen.


27 weergaven
Archief