De weg kwijt

In een op gezette tijden en in vele varianten terugkerende droom moet ik me van punt A naar punt B verplaatsen. Punt A en punt B zijn plekken die ik goed ken, en die in realiteit op een boogscheutje van elkaar liggen. In de droom groeit die verplaatsing elke keer uit tot een eindeloze tocht. Ik moet over obstakels klimmen, door lage ruimtes kruipen en voertuigen besturen met slecht werkende remmen. De weg naar punt B loopt ook gegarandeerd dwars door de woonkamers van mij totaal onbekenden. Er is geen alternatief. Die mensen zitten trouwens altijd met hun rug naar mij toe, zodat ze mijn passage niet opmerken. Een bijkomende moeilijkheid is de tijdsdruk. Op punt B is mijn werk, begint het examen, zit de dokter te wachten, of de VDAB-consulent, of een vreemde vrouw in trouwjurk waarmee ik dringend in de echt moet verbonden worden. Punt B haal ik nooit, omdat de weg steeds ingewikkelder wordt. Uiteindelijk beslis ik terug te keren. Via dezelfde route. In het huis van de onbekenden raak ik de weg kwijt. Vreemd glimlachend draaien ze zich om. Op hun aanwijzen loop ik de trap op. Dan vervaagt de droom. Ik kom nooit meer thuis.


63 keer bekeken
Archief