Die ene jas

Voor de zoveelste keer zei Merel dat zij er altijd was voor mij, maar dat ze daar niets voor terugkreeg. Ik antwoordde zoals gewoonlijk dat dat niet waar was, en Merel zei: Ach jongen.


Tot zover de proloog. Merel snauwde: Ik heb zuurstof nodig, griste haar handtas van de keukentafel en vertrok. Haar huissleutels bleven achter op de tafel. Dit was het uitgelezen moment om haar ongelijk te bewijzen. Ik hoefde alleen maar te roepen dat ze haar sleutels vergat. Maar in een reflex besloot ik haar te laten voelen hoe het zou zijn als de situatie werkelijk was zoals zij het voorstelde. De voordeur sloeg dicht. Ik verstopte de sleutelbos in die ene jas die ze altijd droeg, nam een slaappil en ging naar bed. De telefoon lag beneden. De deurbel was al jaren kapot. Toen ik wakker werd, was Merel aan het stofzuigen. Slaapdronken vroeg ik: Hoe kom jij hier? Merel glimlachte bitterzoet. Op de keukentafel lag de reservesleutel. Ik weigerde toe te geven dat ik haar een streek had geleverd, en maakte de zaak alleen maar erger.


Een week later pakte Merel haar spullen. Ze vond haar sleutelbos terug in die ene jas die ze nooit droeg.


54 keer bekeken
Archief