Een goede daad

Eigenlijk ging ik gewoon op stoepbezoek. Maar de oude man stelde eisen: ik moest mijn mondmasker afnemen, hem de hand schudden en binnenkomen. Zodoende dronk ik – bij wijze van goede daad – oude klare bij een heldere honderdjarige. We klonken alvast op het nieuwe jaar. Ik sprak de wens uit dat het een beter jaar mocht worden, want slechter dan dit kan niet. De honderdjarige was het hiermee niet eens. Hij maakte de vorige wereldoorlog nog mee. Dat waren pas tijden, zei hij. Bij het heffen van het tweede jeneverglas citeerde de honderdjarige feilloos uit Verlaine. Bij het derde besloot ik Merel niets te zeggen over dit drinkgelag. Ik wist dat Merel geen begrip zou opbrengen voor deze schending der coronamaatregelen. Ik vertelde het toch. En Merel lost de verwachtingen altijd in. Ze vond dat ik de eeuwling tegen zichzelf had moeten beschermen. Ik argumenteerde dat de honderdjarige Chanson d’Automne uit het hoofd kende. Merel was niet onder de indruk. Ze vroeg of ik wel wist dat Verlaine veroordeeld was voor poging tot moord. Alsof het de honderdjarige zelf was die een mislukte moord had beraamd. Daarna had ik mijn mond moeten houden. Maar ik had al een goede daad gesteld.


47 keer bekeken
Archief

© 2018-2020 Udo Meiresonne