Honderd dagen

Honderd dagen geleden trad ik toe tot de orde der ex-rokers. Dat ging zo: ik drukte een sigaret uit en stak daarna geen nieuwe meer op. Hoe simpel kan het zijn? Mijn oude rookmakkers vragen me nu of dat niet lastig is, zomaar stoppen, zonder lapmiddel of surrogaat. Eerlijk? Toen ik nog rookte had ik meer last. Al eens proberen slapen terwijl je longen een fluitconcertje afsteken? Elke avond opnieuw? Af en toe zijn er ook die me ervan trachten te overtuigen dat ik mijn safje toch wel hard moet missen. Kijk, ik pafte zo’n 15 stuks per dag. Na honderd dagen heb ik dus vijftienhonderd sigaretten niet gerookt. Duizend vijfhonderd! En de teller loopt: dagelijks komen er zomaar vijftien niet gerolde sigaretjes bij. Dat is honderdenvijf per week. Of vierhonderdvijftig per maand. Dat aantal zien stijgen tot ongekende hoogten, dát wil ik voor geen geld ter wereld missen. Hoeveel ik er door de jaren heen wél gerookt heb, daar weiger ik nog bij stil te staan. Toch zit het roken ergens nog in mijn systeem. Quasi elke nacht droom ik dat ik er stomweg eentje opsteek, omdat ik vergeten was dat ik gestopt ben. Al honderd nachten lang.


49 weergaven
Archief