Naast elkaar

Je zat weer naast me zoals vroeger toen we ook altijd al liever naast dan tegenover elkaar zaten want naast is dichter dat voelden we gewoon aan dat hoefden we niet uit te spreken dus zaten we ook naast elkaar die keer toen jij mij zomaar kuste en die kus was vooral zo onverwacht omdat het mijn plan was geweest dat ik jou als eerste zou kussen op een goed uitgekiend moment met lang op voorhand uitgeschreven en uit het hoofd geleerde replieken en dat je mijn kus zou beantwoorden en dat de juiste woorden zomaar uit onze monden zouden rollen en dat alles dan zou beginnen maar ik kuste je niet omdat ik daarvoor nog de moed aan het verzamelen was en omdat ik het scenario nog niet helemaal klaar had dus jij kuste mij en

terwijl jij schrok van je eigen moed of van mijn verraste reactie of van allebei en omdat je meteen ook net iets te luid begon te lachen raakte ik vertwijfeld en wist ik niet meer of die kus van jou wel een echte kus was zo’n kus als die die ik jou had willen geven of gewoon eentje voor de grap en ik meende het ijs te breken door quasi verbouwereerd wat was dat te zeggen en weer lachte je en nu lachte ik volmondig met je mee en je haalde je schouders op en ik ook en je zei dat het nooit of nooit meer mocht gebeuren waardoor ik nog meer in de war geraakte en ik zei stel je voor en o wat hebben we gelachen die keer hahaha en hahiho en wat een lol maar plots stond je op en toen zei je dag en toen ging je weg en


de eerste weken na die kus zag ik je zeker om de twee dagen lopen op straat en later misschien nog één keer per maand en dan per jaar en dan bijna nooit meer en als ik je zag op straat om de twee dagen of eens per maand of per jaar of bijna nooit meer dan dacht ik elke keer dat jij het was omdat ik wou dat jij het was maar telkens was het een vrouw met ongeveer hetzelfde haar of een man of soms ook een kind maar het had net zo goed een bruine beer kunnen zijn of een circushondje want in alles wat op twee poten voortbewoog herkende ik jou omdat ik je er in wou herkennen hoewel ik me gaandeweg meer en meer begon af te vragen of ik je nu werkelijk liep te zoeken of je net wilde ontwijken want ik had je nummer nog dus ik kon je ook gewoon bellen maar dat durfde ik niet meer en


jij belde me ook niet zodat het nooit werd opgehelderd of je met die kus geen andere bedoeling had dan een beetje met me te dollen en op die manier werd je stilaan een hoofdstukje in de archieven van mijn leven totdat iemand mijn naam riep en ik me omdraaide en pas begreep dat jij het was toen ik zag dat jij het was waardoor we plots weer naast elkaar zaten en ik dacht wat is het goed om je terug te zien en je dichtbij te weten en misschien heel misschien is nog niet alles verloren en daarom vroeg ik of je nog wel wist hoelang het niet geleden was dat we zo naast elkaar hadden gezeten waarop je weer net als toen schrok en je lachte ook maar ik zag wel dat het niet helemaal van harte was en dan zei je plompverloren dat de laatste keer die keer was toen ik jou heb afgewezen en dan zei je sorry en dat het een vergissing was om opnieuw naast elkaar te gaan zitten na al die tijd en je stond recht en je zei dag en weer liep je weg en


ook deze keer was er geen oud vrouwtje aan een tafeltje dat zei ga er toch achteraan en ook geen barman met opengesperde ogen en een zijdelingse hoofdbeweging en ook geen jankend hondje dat de situatie veel beter begrepen heeft dan alle oude vrouwtjes en barmannen en jij en ik bij elkaar dus bleef ik daar gewoon zitten en wanneer ik tien minuten later dan uiteindelijk toch naar buiten ging zag ik je twee straten verder verslagen en ineengedoken op een bank maar bij nader inzien was jij het niet maar de zwerver die daar altijd zit en toen herinnerde ik me dat ik je nog altijd kon bellen en die avond belde ik je maar ik kreeg je niet aan de lijn want je hebt al lang een ander nummer en je bent natuurlijk ook al een paar keer verhuisd en je ouders leven niet meer dat had je me net verteld dus nooit nooit nooit zal ik je nog kunnen vertellen hoe het allemaal zat en dat het allemaal één groot misverstand is en


dat ik al die jaren nooit meer van iemand anders heb leren houden in dezelfde mate waarin ik destijds zomaar van jou ben beginnen houden en dat ik ook nooit meer iemand anders naast me heb verdragen want naast is te dicht en tegenover is veel veiliger maar zoals ik al zei niets van dit alles zal ik je ooit nog kunnen zeggen en zal ik je ook nooit meer kunnen vragen wat je bedoelde met dat ik jou afgewezen heb hoezo ik heb jou afgewezen hoe kan je dat nu zeggen dat ik jou heb afgewezen


trut.

Het Nachtcafé - Vincent Van Gogh


138 weergaven
Archief