Thuiskomen

Vroeger was ik onwaarschijnlijk dol op onnozele filmkomedies met vergezochte verhaallijnen vol problematische liefdeslevens. Op het einde werden de goeden altijd overdreven gelukkig en de slechten lachwekkend wraakzuchtig. Waardoor de deur al op een kier stond voor een nog foutere sequel. In die periode werd Merel verliefd op mij. Algauw noemde Merel mijn gevoel voor humor problematisch, en ons samenzijn een puberale relatieklucht. Ik sloofde me nochtans uit, en keek enkel nog naar lange zwaarmoedige films. Die trouwens een wondermiddel bleken voor mijn chronische inslaapmoeilijkheden. Ik dacht aangepast te zijn, maar na negentien jaar herkende Merel de man niet meer waarvoor ze ooit gevallen was. Ze vertrok. De deur liet ze op een kier, maar de sequel bleef uit. Onlangs vertelde iemand op tv dat hij een aquarium-burn-out had overleefd. Het was de man die opgebrand raakte, niet het aquarium. Zijn uit de hand gelopen hobby was de trigger. Bij mij triggerde zijn verhaal vooral wat slapende synapsen in de temporaalkwabben. In nanoseconden werden de verbindingen hersteld naar A Fish Called Wanda, een niemendalletje dat ik destijds belachelijk hilarisch vond. Tegelijk herinnerde ik me een knotsgekke film over lichtgevende condooms. Het voelde als thuiskomen. Geen van beide kreeg een vervolg.


40 keer bekeken
Archief