Vannacht

Vannacht nam een vrouw mijn handen in de hare, vleide haar hoofd op mijn schouder en fluisterde in mijn oor dat ze al jarenlang verliefd op me was. Meer heeft een mens als ik niet nodig om in één klap ook al jarenlang verliefd te zijn. Plots rinkelde luid de schoolbel. Ik schrok me een hoedje. Daarbovenop schrok ik me ook nog een navelbreuk, toen bleek dat de schoolbel geen schoolbel was, maar de telefoon, én dat mijn moeder aan de lijn hing. Moeder, sprak ik, dát is lang geleden! Maar ik voelde de bui wel hangen. Mijn moeder belt niet zomaar. Mijn moeder belt nooit. Laat staan ’s nachts. Zoon, sprak mijn moeder, luister eens hier. Waar ben jij mee bezig? Wanneer ga je ooit je verstand leren gebruiken? Wat moet er in godsnaam van jou terechtkomen? Toen ik jouw leeftijd had, dan was ik allang ...


Kordaat onderbrak ik mijn moeder. Moeder, sprak ik kordaat, ik weiger pertinent het advies te aanvaarden van iemand die reeds dertig jaar dood is. Dag moeder! Onverbiddelijk sloot ik het gesprek af. Zachtjes kneep ik in de hand van de vrouw die al jarenlang verliefd op me was. Ze was er niet meer.


46 weergaven
Archief