Verveling

Van jongs af aan wachtte je. De tijd kroop voorbij. Je wachtte op iets dat misschien zou gebeuren. Maar het gebeurde nooit dat er iets gebeurde. Je wachtte om het moment niet te missen als het toch zou gebeuren. Oersaai, maar wat kon je eraan doen? Op school vertelde je eens achteloos hoe hard je je verveelde. Hahaa! riep de school. Hahaa! riepen al snel ook je ouders. Meneertje verveelt zich! Wel meneertje, riepen school en ouders, verveling is het oorkussen des duivels! Als meneertje dat maar weet! Je schrok wel een beetje van de heftigheid van die uitvallen, maar wat moest je er in godsnaam mee aanvangen? Wat had jouw verveling eigenlijk te maken met het oor van de duivel? En waarom zou je dat oor moeten kussen? Je bleef je steendood vervelen. Zowel ouders als school noemden je lui. Dat konden ze gemakkelijk met elkaar afgesproken hebben, ze hadden het sowieso allemaal op jou gemunt. Nochtans was je niet lui, je wachtte alleen. Op iets. Vele jaren later stelde je onthutst vast dat je je al in geen tijden meer verveeld had. Je weet nog altijd niet waar het fout gelopen is. Ongemerkt moet er iets gebeurd zijn.


26 weergaven
Archief