Dorp

Ik groeide op in een dorp dat gekneld ligt tussen drie kunstmatige waterlopen. Alleen via bruggen kan je eruit ontsnappen. Dwars door het dorp loopt de rijksweg. Die verdeelt het dorp. Hij scheidt de dorpelingen met een stamboom van die van de overkant. Aan de foute kant van de rijksweg wonen hoofdzakelijk inwijkelingen die eind jaren zestig gebouwd hebben in een doolhof die vijftig jaar later nog steeds De nieuwe wijk genoemd wordt. Zij worden met de nek aangekeken, samen met de autochtonen die na de aanleg van de rijksweg toevallig aan de verkeerde kant zijn beland. Het leven is er simpel. De kerk staat nog in het midden van de goede kant van het dorp. De katholieke burgemeester is de facto voor het leven benoemd. Het is het dorp waar mannen als mijn vader getemd worden door vrouwen als mijn moeder. Waar jongens als mijn broer Antoine opgehemeld worden zolang ze op zondag hun doelpunten maken, en tot dorpsidioot degraderen zodra de problemen beginnen. Waar je je best binnen de rangen kan bevinden op het moment dat ze zich sluiten. Het is er zo goed. Niemand wil er weg. En wie toch vertrekt, is zo zot als een achterdeur.

Foto:

David Edgar - licensed under the Creative CommonsAttribution-Share Alike 3.0 Unported license


71 keer bekeken
Archief