Op kamp

Zonder enige voorgeschiedenis stuurde mijn moeder mij naar het zomerkamp van de Chirojongens. Daar was er natuurlijk maar eentje die niet over het verplichte uniform beschikte. Driemaal daags moesten we in vierkantsformatie staan en in militaire houding de vlag groeten. ’s Avonds droeg meneer pastoor openluchtmissen op, waarbij de best aangepasten beurtelings voor hulppriester mochten spelen. Overdag deden we andere leuke spelletjes, waarbij de minst aangepasten altijd de pineut waren. Ik viel pas echt in ongenade toen ik weigerde leider De Weirdt te verafgoden omdat hij elke vogel kon determineren aan de hand van wat getsjilp. De Weirdt oordeelde publiekelijk dat er aan mij nog veel werk was. Maar op het einde van de bezoekdag was ik wel de enige zevenjarige die niet weende omdat hij in het kamp moest blijven. Dertig jaar later zag ik De Weirdt terug. Ik gebaarde mij van krommenaas, maar dat was buiten De Weirdt gerekend. Hij begroette mij als een oude vriend. De Weirdt bleek geheel afwijkende herinneringen te hebben aan dat kamp, en zei dat hij destijds meteen wist dat ik uit het juiste hout gesneden was. Dat ik daarna nooit meer naar de Chiro ben geweest, dat was hij wel helemaal vergeten.



54 weergaven
Archief